Naar hoofdinhoud

Artikel 4.6

Aanvullende begrenzing recht op woonvoorzieningen

Onderdeel van Verordening Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2011

De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd indien: de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolg van ziekte of gebrek geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij voor de verhuizing dan wel de acceptatie van de nieuwe woning van tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college; behoudens het gestelde in artikel 4.4, deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan: het aanbrengen van automatische deuropeners, het aanleggen van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw waarvan de woonruimte van de ondersteuningsbehoevende deel uitmaakt en voorts onder voorwaarde dat de woningen in het woongebouw te bereiken zijn met een rolstoel, het aanbrengen van een extra trapleuning, het verbreden van toegangsdeuren, drempelhulpen of vlonders, een opstelplaats voor een rolstoel bij de toegangsdeur van het woongebouw. de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en daarmee geen sprake is van een onverwacht intredende noodzaak; de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen uitsluitend voor zover de aanvraag een voorziening als bedoeld in artikel 4.2 lid 1 onder a. betreft, verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg, of er in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik van de woning zijn ondervonden; reeds een begin is gemaakt met de werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft voordat hiertoe een beschikking is afgegeven, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college; de door het college aangewezen personen toegang wordt geweigerd tot de woonruimte waar de woonvoorziening is, of wordt gerealiseerd, dan wel zal worden gerealiseerd. Aan de in dit lid genoemde personen dient tevens inzage te worden geboden in bescheiden en tekeningen welke betrekking hebben op de woonvoorziening en hun wordt de gelegenheid geboden tot het controleren van de woonvoorziening; de kosten van de voorziening gelijk zijn aan of meer bedragen dan het maximumbedrag dat opgenomen is in het Besluit nadere regels. de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel