Naar hoofdinhoud
1.. De woningeigenaar die een voorziening genoemd in artikel 4.2, lid 1 onder b., heeft ontvangen waarvan het bedrag hoger is dan het bedrag zoals genoemd in het Besluit nadere regels en die binnen een periode van 10 jaar na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden de woning vervreemdt, wordt gehouden de gemeente een deel van de voorziening terug te betalen. 2.. De hoogte van het terug te betalen bedrag als bedoeld in lid 1 is gelijk aan het bedrag van de voorziening, exclusief de kosten die voor rekening van de eigenaar van de woonruimte zijn gekomen, verminderd met 10 procent per jaar. 3.. Lid 1 is niet van toepassing indien de woning wordt verkocht aan de ondersteuningsbehoevende ten behoeve van wie de voorziening is verleend of een andere ondersteuningsbehoevende aan wie op grond van deze verordening een vergelijkbare voorziening zou zijn toegekend. 4.. De woningeigenaar als bedoeld in lid 1 is verplicht om binnen een maand na het inschrijven van de akte tot vervreemding in de openbare registers het college hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. 5.. Het college kan in het Besluit nadere regels aanvullende voorwaarden stellen ten aanzien van het gestelde in dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel