Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 18

Vragenhalfuur

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2011

Na het spreekrecht voor burgers is er een vragenhalfuur. In bijzondere gevallen kan de voorzitter bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt  gehouden. Het lid dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit, zo mogelijk per e-mail onder aanduiding van het onderwerp, uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de commissievergadering bij de griffier. Vragen die worden ingediend voor het vragenhalfuur moeten actueel en urgent zijn. Per lid mogen maximaal 4 vragen ingediend worden. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien het onderwerp niet actueel of urgent is, niet voldoende nauwkeurig aangegeven is of indien het onderwerp in de commissievergadering van die dag aan de orde komt. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalf-uur aan de orde worden gesteld. De voorzitter kan binnen de beschikbare tijd, t.w. maximaal een halfuur, per onderwerp de spreektijd bepalen. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college, de wethouder of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording door het college, de wethouder of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om nog één aanvullende vraag te stellen. Vervolgens kan de voorzitter aan de andere leden van de raad het woord verlenen om nog één vraag te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het vragenhalfuur worden geen interrupties toegelaten. De griffier stuurt voorafgaand aan de vergadering de leden van de raad, het college en de burgemeester een overzicht van de ingediende vragen toe.

Rechtspraak bij dit artikel