De rechten worden niet geheven voor:
het bijzetten van een asbus of urn met de as van een kind, dat
beneden de leeftijd van 3 maanden is overleden en dat in één kist
met zijn moeder wordt begraven of waarvan de as met die van de
moeder wordt geborgen in één urn;
het begraven van een lijk of het bijzetten van een asbus/urn buiten
de daarvoor in artikel 9 van de Beheersverordening gemeentelijke
begraafplaats vastgestelde tijden, indien het begraven of het
bijzetten van een asbus/urn:
plaatsvindt op een door burgemeester en wethouders in het
belang van de openbare orde gegeven last;
plaatsvindt op een door burgemeester en wethouders in het
belang van de volksgezondheid gegeven last;
op grond van wettelijke bepalingen op geen ander tijdstip
dan het gevraagde kan plaatsvinden;
noodzakelijk in de hiervoor genoemde tijd moet plaatshebben
na beëindiging van een door de officier van Justitie of
rechter-commissaris gelast uitstel van begraving van het
lijk
een herbegraving is als bedoeld in hoofdstuk 5 van de
Tarieventabel.
het opgraven en herbegraven op dezelfde begraafplaats van een lijk
of een asbus/urn, alsmede voor het overplaatsen van een lijk of een
asbus/urn vanuit het ene naar het andere graf op dezelfde
begraafplaats, indien dit gebeurt op rechtelijk.gezag;
het in behandeling nemen van een aanvraag voor het afgeven van een
vergunning ter zake van het aanbrengen van beplanting of enige
andere versiering als bedoeld in hoofdstuk 6, onderdeel 6.1 van de
Tarieventabel.
Artikel 10
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2011 versie 2