Naar hoofdinhoud
1.. In een garantie wordt geen afstand gedaan van de voorrechten die wettelijk aan een borg toekomen. 2.. In een garantie worden geen bedingen opgenomen die de aansprakelijkheid van de gemeente verhogen of uitbreiden boven of naast de aan de geldleningovereenkomst verbonden betaling van rente en aflossing. 3.. De garantie wordt verleend tegen een door de geldnemer te betalen vergoeding. Deze vergoeding bedraagt 0,15% van de door de gemeente te garanderen som vermenigvuldigd met het aantal jaren waarvoor de lening wordt aangegaan met een maximum van € 25.000,-. Het college is bevoegd dit rentepercentage jaarlijks aan te passen. 4.. De garantie wordt verleend tegen de door de geldnemer ten behoeve van de gemeente te verstrekken (zakelijke) zekerheidsrechten. 5.. De looptijd van de garantie is maximaal gelijk aan de technische levensduur van de objecten die de gemeente tot zekerheid strekken voor de verleende garantie. 6.. Indien de gemeente krachtens een garantie een betaling heeft verricht in de plaats van een in gebreke gebleven geldnemer, is de regresvordering van de gemeente in een eventueel faillissement van de geldnemer bevoorrecht op eventuele andere vorderingen die een geldverstrekker op de geldnemer heeft.

Rechtspraak bij dit artikel