Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2:

Artikel 14

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van Monumentenverordening 2008

1.. De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 9 niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; niet binnen zesentwintig weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt door start van de werkzaamheden. de vergunninghouder hierom verzoekt en het belang van het monument zich hiertegen niet verzet. 2.. De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de Welstands- en monumentencommissie Leiden. 3.. Van de beschikking tot intrekking wordt aantekening gemaakt in het register, bedoeld in artikel 13.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel