**1..** De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 9 niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
niet binnen zesentwintig weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt door start van de werkzaamheden.
de vergunninghouder hierom verzoekt en het belang van het monument zich hiertegen niet verzet.
**2..** De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de Welstands- en monumentencommissie Leiden.
**3..** Van de beschikking tot intrekking wordt aantekening gemaakt in het register, bedoeld in artikel 13.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2:
Artikel 14
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Monumentenverordening 2008