**1..** Burgemeester en wethouders kunnen, al doen niet op aanvraag van
een belanghebbende, een onroerend monument als bedoel onder 1a
en b aanwijzen als gemeentelijk monument.
**2..** Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een
besluit nemen, vragen zij advies aan de Adviescommissie
Cultuurhistorie Leiden.
**3..** In spoedeisende gevallen kunnen burgemeester en wethouders
zonder advies van de Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden een
onroerende zaak aanwijzen als voorlopig gemeentelijk monument.
Terstond na de voorlopige aanwijzing vragen burgemeester en
wethouders advies aan de Adviescommissie Cultuurhistorie
Leiden.
**4..** De voorlopige aanwijzing vervalt na vierentwintig weken of
zoveel eerder wanneer Burgemeester en Wethouders een definitief
besluit nemen over de aanwijzing. De artikelen 9 tot en met 14
zijn van toepassing vanaf het moment dat belanghebbenden
schriftelijk in kennis worden gesteld van het besluit van
burgemeester en wethouders tot voorlopige aanwijzing van de
onroerende zaak als gemeentelijk monument.
**5..** Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de aanwijzing
van een onroerend monument als beschermd gemeentelijk monument
als bedoeld onder 1a en b bepalen dat een nader waardestellend
onderzoek wordt verricht.
**6..** Voordat burgemeester en wethouders een kerkelijk monument als
gemeentelijk monument aanwijzen, voeren zij overleg met de
eigenaar.
**7..** De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op
grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is
aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenverordening
van de provincie Zuid-Holland.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf 1:
Artikel 3
De aanwijzing tot gemeentelijk monument
Onderdeel van Monumentenverordening 2008