Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Financieringsregeling huisvesting ambtenaren 1997

1. Vervroegd aflossen is gedurende de rentevastperiode toegestaan op 31 december van elk jaar zonder betaling van een boeterente, mits in ronde sommen van € 100,- (honderd euro) en met een maximum van 10% van het geleende bedrag. 2. De ambtenaar kan het restant van de lening ineens vervroegd aflossen aan het einde van een rentevastperiode, zonder betaling van boeterente. 3. De ambtenaar kan vervroegd aflossen tijdens de rentevastperiode tegen betaling van een boeterente. 4. De boeterente wordt berekend als de contante waarde van het verschil in rentebedragen op grond van de contractrente en de marktrente naar het moment van aflossen van het restant van de lening. 5. De ambtenaar dient burgemeester en wethouders één maand voor de datum van aflossing schriftelijk mee te delen dat hij vervroegd wenst af te lossen; daarbij dient te worden aangegeven of deze vervroegde aflossing bedoeld is ter verkorting van de resterende looptijd van de lening, dan wel ter verlaging van het af te lossen bedrag op de vervaldatum. 6. In het geval van vervroegde aflossing als bedoeld in lid 1 wordt gedurende de rentevastperiode waarin vervroegd afgelost wordt geen nieuwe geldlening verstrekt; in het geval van vervroegde aflossing als bedoeld in lid 2 en lid 3 wordt geen nieuwe geldlening verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel