Deze verordening verstaat onder:
sportverenigingen: verenigingen die zich bezig houden met badminton, basketbal, beugelen, gymnastiek, handbal, handboogschieten, paardensport, schaken, (tafel)tennis, voetbal, volleybal en zwemmen en andere naar het oordeel van de raad in aanmerking te brengen sportsoorten;
sportieve recreatie: een op lichamelijke activiteit en beweging gerichte vorm van vrijetijdsbesteding, waarin het recreatieve karakter wordt benaderd en waarbij sport- en spelvormen worden gebruikt zonder stringente binding aan regels en/of georganiseerd (wedstrijd)verband.
schutterijen: instellingen welke zich richten op het beoefenen van de schutterssport, niet zijnde de handboogsport.
Artikel 1:
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Subsidieverordening onderdeel sport en sportieve recreatie 2003