Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Regels m.b.t. het plaatsen en de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden (uitwerking artikel 10, lid 5)

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2011

1.. Het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in containers dient ordelijk te geschieden door plaatsing van de container op het voetpad, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of, bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg, zodanig dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen. De aanwijzingen van de inzameldienst dienen te worden opgevolgd. 2.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het college bepalen, dat huishoudelijke afvalstoffen in containers ter inzameling moeten worden aangeboden op een door hen te bepalen inzamel- of clusterplaats. 3.. Indien de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt door middel van een voertuig met achterbelading dienen de containers met het handvat (achterzijde) in de richting van de straat te worden gezet, conform de aanwijzingen gegeven door de inzameldienst. 4.. Indien de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt door middel van een voertuig met zijbelading dienen de containers met de voorzijde in de richting van de straat te worden gezet, conform de aanwijzingen gegeven door de inzameldienst. 5.. De containers dienen goed gesloten te zijn en er mag geen sprake zijn van uitsteeksels. 6.. Het is verboden afvalstoffen naast een container te plaatsen. 7.. Ter voorkoming van maden dienen in een warme periode vlees- en visresten te worden gedeponeerd in de container die het eerst voor lediging in aanmerking komt. 8.. Afvalstoffen welke ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en welke na inzameling daardoor in de container zijn achtergebleven, dienen onverwijld door aanbieder uit de container te worden verwijderd.

Rechtspraak bij dit artikel