Voor de berekening van de subsidie ten behoeve van de in artikel 2 genoemde organisaties gelden de volgende grondslagen, waarbij het ledental wordt berekend aan de hand van het aantal leden per 1 januari voorafgaande aan het subsidiejaar:
voor de muziekgezelschappen:
een basisbedrag van € 1.815,12;
een bedrag van € 22,69 per lid;
30% van de kosten van de dirigent, met een maximum van € 907,56.
voor de drumbands:
een basisbedrag van € 680,67;
een bedrag van € 17,70 per lid;
30% van de kosten van de instructeur, met een maximum van € 453,78.
voor zangverenigingen:
een vast bedrag afhankelijk van het aantal leden:
10 tot en met 20 leden € 340,34
21 tot en met 40 leden € 453,78
41 leden en meer € 589,91
30% van de kosten van de artistieke leiding, zulks tot een maximum van € 453,78.
Artikel 3:
Bepaling hoogte subsidiebedrag
Onderdeel van Subsidieverordening onderdeel zang- en muziekverenigingen 2003