In deze verordening wordt verstaan onder:
a. Burgemeester en Wethouders: het bevoegd gezag Wet bodembescherming, zijnde ingevolge artikel 88 Wet bodembescherming (Wbb) Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden;
b. Melding:
de melding als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Wet bodembescherming;
de indiening van een nader onderzoek als bedoeld in artikel 29 van de Wet bodembescherming;
de indiening van een saneringsplan als bedoeld in artikel 39 van de Wet bodembescherming;
de indiening van een deelsaneringsplan als bedoeld in artikel 40 van de Wet bodembescherming;
de indiening van een gefaseerd saneringsplan als bedoeld in artikel 38, vierde lid, van de Wet bodembescherming;
de melding tot wijziging van het saneringsplan als bedoeld in artikel-39, vierde lid, van de Wet bodembescherming;
de indiening van een (evaluatie)verslag als bedoeld in artikel 39c-van de Wet bodembescherming; of
de indiening van een nazorgplan als bedoeld in artikel 39d van de Wet bodembescherming.