Het verslag van de uitvoering van (een fase van) de sanering, zoals bedoeld in artikel 39c Wet bodembescherming, wordt door de saneerder binnen drie maanden na beëindiging van (een fase van) de sanering in tweevoud bij Burgemeester en Wethouders ingediend.
Onverminderd de eisen die op grond van artikel 39c, eerste lid van de Wet bodembescherming aan een (evaluatie)verslag worden gesteld, dienen in het (evaluatie)verslag de volgende gegevens te worden vermeld:
het adres, de kadastrale aanduiding (inclusief jaartal) en de ligging van het grondgebied waarop de verontreiniging zich bevindt;
een korte omschrijving van de bodemverontreinigingsituatie voor de uitvoering van de sanering;
de (behaalde) doelstelling van de sanering voor grond en grondwater met een verwijzing naar het goedgekeurde saneringsplan (met rapportnummer);
gegevens over het verloop van de sanering (inclusief datums van de uitvoering);
de ingevolge artikel 39, vierde lid van de Wet bodembescherming gemelde en goedgekeurde afwijkingen ten opzichte van het (goedgekeurde) saneringsplan met een beschrijving van de aangetroffen afwijking dan wel een beschrijving van de afgeweken uitvoering van de sanering;
afmetingen en ontgravingen;
de totale oppervlakte en omvang van de gesaneerde grond boven de interventiewaarde;
de totale omvang van gesaneerd grondwater boven de interventiewaarde;
bespreking van de analyseresultaten van de eind-/controlegrondmonsters, depotmonsters, in-en effluentmonsters en monsters uit waarnemingsfilters alsmede een bespreking van de consequenties;
een opgave van de daadwerkelijk gemaakte saneringskosten waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de kosten van onderzoek en de kosten van sanering. Burgemeester en Wethouders kunnen van deze opgave een specificatie eisen en een onderbouwing met bewijsstukken.
Onverminderd het bepaalde in artikel 39c, eerste lid, van de Wet bodembescherming kan het vermelden in het evaluatieverslag van gegevens als bedoeld in het tweede lid van dit artikel achterwege blijven indien:
bij de indiening van het evaluatieverslag wordt aangegeven welke gegevens ontbreken;
daarbij de reden wordt aangegeven waarom die gegevens ontbreken, en
die gegevens naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders niet noodzakelijk zijn
voor de beoordeling van het evaluatieverslag.