**1..** Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen, onverminderd het gestelde in artikel 4:11.1 lid 1.
**2..** Het in het eerste lid bedoelde verbod behoudens vergunning geldt eveneens voor:
houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht op grond van de artikelen 4:11.8 en 4:11.9 van deze verordening;
houtopstand die is aangelegd op grond van een overeenkomst met een publiekrechtelijk bestuursorgaan.
**3..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor onderstaande houtopstanden, onverminderd het gestelde in artikel 4:11.1 lid 1.
Bomen binnen de bebouwde kom voor zover ze niet voorkomen op de door het college vastgestelde lijst (van monumentale en waardevolle bomen binnen de bebouwde kom);
Coniferen, dennen, ceders, larixen, niet-geknotte wilgen, niet geknotte populieren, lijsterbessen, sierkersen, sierappels en sierperen buiten de bebouwde kom;
Berken, elzen en meidoorns buiten de bebouwde kom voorzover ze geen onderdeel uitmaken van een rijbeplanting van meer dan vijf bomen of een singelbeplanting van minimaal 2,5 meter breed en 5 meter lang;
**4..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstand die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd als bedoeld in artikel 15 lid 2 en 3 van de Boswet.
**5..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van Burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:11.8 en 4:11.9 van deze verordening;
het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud.
HOOFDSTUK 4 › Afdeling 3
Artikel 4:11.2:
Kapverbod houtopstand
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening