Wet: de Wet op de kansspelen;
kleine kansspelen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 7c van de Wet op de kansspelen;
speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet;
behendigheidsautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de Wet;
kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet;
hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;
laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet;
speelautomatenhal: een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder c, van de Wet;
aanwezigheidsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 30b, eerste lid, van de Wet;
HOOFDSTUK 5 › Afdeling 10 › Paragraaf 1
Artikel 5:38
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening