Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 31:1:1:2

De functiebeschrijvingen

Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Landgraaf

1.. De functiebeschrijvingen worden in concept door de volledig leidinggevende, onder wie de te beschrijven functie ressorteert, opgemaakt volgens het vastgestelde standaardmodel. De beschrijving van de functie van gemeentesecretaris wordt door of namens het college van burgemeester en wethouders opgemaakt. Zo nodig en desgevraagd wordt bij het opmaken van de beschrijvingen ondersteuning geboden door een daartoe aangewezen medewerker van de stafafdeling Concerncontrol Voor de beschrijving van bestaande functies vormt de eerder vastgestelde beschrijving wezenlijk uitgangspunt. 2.. Het vastgestelde standaardmodel voor beschrijving van functies, dat als bijlage II bij deze regeling is gevoegd, omvat naast de algemene functie-informatie, tenminste gegevens over de positie, de output, de taken, verantwoordelijkheden en opleidingseisen. 3.. De functiebeschrijvingen worden opgemaakt na het verstrijken van zes maanden, doch uiterlijk voor het verstrijken van een jaar na het ontstaan van de functie of de inhoudelijke aanpassing daarvan. 4.. De concept-functiebeschrijving wordt door de volledig leidinggevende ter becommentariëring aan de medewerker of de groep van medewerkers die de functie vervult/vervullen voorgelegd en met hem/hen besproken. Het overleg heeft tot doel inzicht te bieden in de (voorgenomen) ontwikkeling van de beschreven taakstelling en de door de organisatie verwachte output ervan. Tevens is het overleg gericht op het bereiken van maximale overeenstemming over de inhoud van de beschrijving. 5.. Het overleg, zoals bedoeld in het vorige lid, kan er overigens toe leiden dat separaat van de concept-functiebeschrijving een persoonlijke aanvulling daarop wordt geformuleerd. De persoonlijke aanvulling op de concept-beschrijving bevat informatie over additionele, voor de individuele taakuitvoering relevante werkzaamheden, die geen direct verband houden met de van de organisatiedoelen afgeleide taakstelling, zoals neergelegd in de functiebeschrijving. 6.. Indien overeenstemming - na eventuele aanpassingen van de concept-beschrijving - is bereikt, wordt de concept-beschrijving door de medewerker of groep van medewerkers en de volledig leidinggevende voor akkoord getekend. De eventueel geformuleerde persoonlijke aanvulling wordt ondertekend door de volledig leidinggevende en wordt vervolgens ter vaststelling voorgelegd aan het sector- of stafhoofd, waaronder de functie ressorteert. Ten aanzien van persoonlijke aanvullingen voor sector-, stafhoofden en de gemeentesecretaris treedt het college op als vaststellend orgaan. De concept-functiebeschrijving, waaromtrent overeenstemming is bereikt, wordt vervolgens - door tussenkomst van een daartoe aangewezen medewerker van de stafafdeling Concerncontrol - voor toetsing voorgelegd aan de commissie uit de Ondernemingsraad. 7.. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de concept-functiebeschrijving wordt de functie voorgelegd aan het relevante sector- of stafhoofd, resp. aan het college van burgemeester en wethouders. Na oordeelsvorming over het bestaande verschil van inzicht over de concept-functiebeschrijving stelt het sector-/stafhoofd, resp. het college van burgemeester en wethouders - mede op basis van overleg met de betrokken leiding en de medewerker of groep van medewerkers - de conceptbeschrijving voorlopig (gewijzigd) vast door ondertekening. De aldus voorlopig vastgestelde concept-functie wordt vervolgens- door tussenkomst van de stafafdeling Concerncontrol - voor toetsing voorgelegd aan de commissie uit de Ondernemingsraad. 8.. De commissie uit de Ondernemingsraad toetst de voorlopig vastgestelde concept-functiebeschrijvingen op: door het college ten aanzien van de functie reeds genomen besluiten; geldende organisatie-principes; consistentie in aard en niveau van de functie; samenhang van de functie met andere functies in de organisatie. 9.. De commissie uit de Ondernemingsraad, ingesteld overeenkomstig artikel 15, tweede lid van de Wet op de ondernemingsraden, bestaat uit: drie leden, daartoe aangewezen door en uit de Ondernemingsraad; twee leden, daartoe aangewezen door de Ondernemingsraad en uit de gemeentelijke organisatie en die geen deel uitmaken van de Ondernemingsraad. De commissie uit de Ondernemingsraad laat zich voor haar toetsende taak bijstaan door een daartoe aangewezen medewerker van de stafafdeling Concerncontrol 10.. De commissie uit de Ondernemingsraad geeft op basis van het ingestelde onderzoek een advies af aan het hoofd van dienst ten aanzien van de aan haar voorgelegde conceptbeschrijvingen. Indien van bezwaren tegen de inhoud van de conceptbeschrijvingen blijkt, maakt de commissie die kenbaar aan het hoofd van dienst. 11.. Op basis van het oordeel van de commissie uit de Ondernemingsraad stelt het hoofd van dienst de conceptbeschrijvingen vast. Blijkt van bezwaren tegen de inhoud van de conceptbeschrijving, dan stelt het hoofd van dienst de conceptbeschrijving op basis van eigen oordeelsvorming (al dan niet gewijzigd) vast. 12.. De resultante van het overleg over, de toetsing door de commissie uit de Ondernemingsraad en de totstandkoming en vaststelling van de functiebeschrijving wordt vastgelegd in een daartoe vastgesteld formulier, overeenkomstig de bijlage III bij deze regeling. 13.. De conform het elfde lid vastgestelde functiebeschrijving wordt opgenomen in het functieboek. Het functieboek wordt, gelet op het organieke karakter ervan, ter instemming voorgelegd aan de Ondernemingsraad, en met inachtneming daarvan aansluitend door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. 14.. Het vastgestelde functieboek wordt voor gebruik beschikbaar gesteld aan de organisatie en de medewerkers worden individueel schriftelijk in kennis gesteld van de voor hen relevante en vastgestelde functiebeschrijving. De inhoud van een eventueel ten aanzien van de medewerker vastgestelde persoonlijke aanvulling wordt daarbij eveneens aan hem ter kennis gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel