Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 15:1:15:5

Conceptbeoordeling

Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Landgraaf (ARL)

1.. Behoudens het bepaalde in de volgende leden, wordt de conceptbeoordeling opgemaakt door de eerste beoordelaar. 2.. In het belang van een juiste beoordeling kan het hoofd van dienst, gehoord de betreffende consulent P&O: al dan niet op verzoek van de ambtenaar, naast de in het vorige lid bedoelde functionaris anderen, die aan de werkzaamheden van de ambtenaar leiding hebben gegeven, aan het opmaken van de beoordeling doen deelnemen; op verzoek van de ambtenaar danwel met diens instemming bepalen, dat informanten aan de eerste beoordelaar inlichtingen van feitelijke aard verschaffen over de functievervulling van de ambtenaar. 3.. De namen en functies van de in het vorige lid bedoelde functionarissen worden op het beoordelingsformulier vermeld. 4.. De directe leidinggevende kan verzoeken dat de beoordelingsadviseur bij het opmaken van de (concept) beoordeling aanwezig is; de beoordeling wordt vastgelegd op het in artikel 15:1:15:3, vijfde lid bedoelde formulier, op een zodanige wijze, dat bij alle daarop vermelde gezichtspunten - voor zover van toepassing - een omschrijving van het oordeel wordt aangegeven. 5.. De conceptbeoordeling wordt vervolgens door de directe leidinggevende voorgelegd aan de tweede beoordelaar. Indien de conceptbeoordeling wordt onderschreven door de tweede beoordelaar, ondertekent laatstgenoemde deze voor akkoord. Wijkt de tweede beoordelaar op onderdelen af van het oordeel van de eerste beoordelaar, dan treedt de tweede beoordelaar - in het bijzijn van de beoordelingsadviseur - in overleg met de eerste beoordelaar. Levert dit gesprek geen nieuwe gezichtspunten op, dan draagt de directe leidinggevende er zorg voor, dat deze afwijkende visie wordt vastgelegd in het beoordelingsformulier. 6.. Het beoordelingsformulier wordt ondertekend door de bij de beoordeling betrokken beoordelaars en door de beoordelingsadviseur. De laatst genoemde functionaris ziet er met name op toe dat de procedure juist is gevolgd en adviseert de eerste en tweede beoordelaar, indien de kwaliteit van de beoordeling naar diens oordeel onvoldoende is. Indien de beoordelingsadviseur van mening is, dat de beoordeling niet genoegzaam wordt gesteund door feiten of verklaringen, of diens adviezen als bedoeld in het vorige lid niet of in onvoldoende mate worden opgevolgd, wordt de beoordeling door hem niet ondertekend. In voorkomend geval maakt hij daarvan schriftelijk en met redenen omkleed melding aan het hoofd van dienst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel