**1..** Aan de ambtenaar van wie de bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen als bedoeld in het vorige artikel een blijvende verlaging ondergaat, wordt door burgemeester en wethouders een aflopende toelage toegekend, indien:
die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelage bedoeld in artikel 3:1:1:13 en
de ambtenaar de toelage als bedoeld in artikel 3:1:1:15, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan gedurende ten minste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar van 60 jaar of ouder, wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 3:1:1:15, een blijvende verandering ondergaat, een blijvende toelage toegekend indien de ambtenaar de toelage als bedoeld in artikel 3:1:1:15 direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
**3..** De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar heeft bereikten hij, onmiddellijk voor de aanvang van de toelage, gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking een toelage als bedoeld in artikel 3:1:1:15 heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in het vorige lid.
**4..** Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan 2 maanden.