Naar hoofdinhoud
Als datum van plaatsing op de wachtlijst wordt de datum van indicatiestelling zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid van de wet aangehouden. Voor plaatsing in een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van de wet is de koppeling tussen de capaciteiten en de mogelijkheden van de Wsw-geïndiceerde op de wachtlijst enerzijds en het werkaanbod anderzijds uitgangspunt. Bij gelijke geschiktheid heeft degene, die het langst op de wachtlijst staat voorrang. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel komen ingezetenen van de gemeente, die op de wachtlijst zijn geplaatst, met voorrang en in volgorde zoals onderstaand zijn aangegeven, in aanmerking voor een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van de wet indien: de Wsw-geïndiceerde geplaatst is in een Wwb-overbruggingsbaan (inclusief alle WIJ- jongeren); de Wsw-geïndiceerde een gemeentelijke uitkering (inclusief alle WIJ-jongeren) heeft of een uitkering op basis van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jong- gehandicapten (Wajong) ontvangt. Binnen de taakstelling en de plaatsingsruimte zal gestreefd worden om jaarlijks maximaal 80% voorrang te geven volgens het gestelde in artikel 2 onder lid 3. Hierbij vindt er een evenredige verdeling plaats binnen de vier groepen als benoemd in artikel 2 onder lid 3a en 3b (overbruggingsbaan, WIJ, Wajong, Wwb). overige 20% van de plaatsingen vindt plaats volgens het gestelde onder lid 1 en 2. Plaatsing in een Wsw dienstverband kan alleen plaatsvinden als daarvoor ruimte in de taakstelling van de gemeente Venlo aanwezig is. Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in dit artikel, indien toepassing ervan naar haar oordeel tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel