Naar hoofdinhoud
1. De auditcommissie is belast met de voorbereiding van de besluitvorming van de raad aangaande a. de benoeming van de accountant als bedoeld in artikel 213 van de Gemeentewet; b. het vaststellen van het jaarlijkse controleprotocol; c. het vaststellen van de rekening en het jaarverslag; d. het bepalen van een standpunt over tussentijdse rapportages en andere verslagen van de onder a. bedoelde accountant en over verslagen van periodieke onderzoeken van het college; e. het bepalen van een standpunt over onderzoeksverslagen van de gemeentelijke rekenkamercommissie; f. het bepalen van een standpunt over door het college toegezegde of door de raad vastgestelde verbeteringsacties en de voortgang daarvan; g. de benoeming van het lid of de leden van de rekenkamercommissie als bedoeld in artikel 81a van de Gemeentewet. 2. De auditcommissie bevordert dat onderzoeken van de accountant, de rekenkamer en de in het eerste lid onder d. bedoelde onderzoeken van het college op elkaar worden afgestemd. 3. De auditcommissie ziet toe op de opvolging van aanbevelingen die door de raad zijn overgenomen en die voortkomen uit de accountantscontrole, de audits en rekenkameronderzoeken, en adviseert de raad hierover.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel