1. De auditcommissie vergadert zo dikwijls de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste twee leden onder opgave van redenen dit aan de voorzitter vragen.
2. De voorzitter belegt de vergaderingen. Hij draagt er zorg voor dat de oproepingen -
spoedeisende gevallen uitgezonderd - tenminste tien dagen voor de vergadering aan de leden worden verzonden.
3. De oproepingen vermelden datum, tijd, plaats en te behandelen onderwerpen. De voor de behandeling van die onderwerpen relevante stukken worden tegelijkertijd aan de leden toegezonden.
4. De vergaderingen en de in het tweede en derde lid bedoelde oproepingen en stukken worden ter openbare kennis gebracht.