Het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze verordening
wordt opgedragen aan:
a. de door Burgemeester en Wethouders aangewezen gemeente-ambtenaren;
b. de door Burgemeester en Wethouders in overleg met de besturen van de
andere desbetreffende openbare lichamen aangewezen ambtenaren als bedoeld in
artikel 25 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.