Naar hoofdinhoud

Artikel 25

Overgangsbepalingen

Onderdeel van Lozingsverordening Riolering 1990 III

1.. Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens de Lozingsverordening Riolering van 1983 blijven - voorzover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - onbeperkt van kracht. 2.. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de Lozingsverordening Riolering van 1983 blijven, voorzover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken, onbeperkt van kracht. 3.. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - op grond van de Lozingsverordening Riolering van 1983 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van deze verordening toegepast. 4.. Vervallen 5.. De vergunning, ontheffing of het voorschrift of de beperking, bedoeld in het eerste of tweede lid blijft, onverminderd het in het eerste en tweede lid bepaalde, van kracht totdat onherroepelijk is beslist op een beroep- of bezwaarschrift, bedoeld in het vierde lid.

Rechtspraak bij dit artikel