De raad benoemt een voorzitter uit de externe leden van de commissie. De voorzitter draagt zorg voor het leiden van de onderzoeken van de commissie, het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met de secretaris. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langst zittende externe lid op als voorzitter.