Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6.

Artikel 30

- Citeertitel

Onderdeel van Monumentenverordening Enschede 2010

Deze verordening kan worden aangehaald als “Monumentenverordening Enschede 2010”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20 september 2010. De griffier, De voorzitter, “Selectiecriteria beschermde gemeentelijke monumenten” behorende bij de Monumentenverordening Enschede 2003 Selectiecriteria artikel 3, zesde lid. Een monument, monumentaal complex wordt gewaardeerd aan de hand van één of meer van de selectiecriteria. De selectiecriteria zijn: Architectuurhistorische waarden Cultuurhistorische waarden Stedenbouwkundige waarden Overige waarden 1. Architectuurhistorische waarden: a.het object/ complex is een goed voorbeeld van een bepaalde bouwstijl en/ of bouwtechniek, al dan niet met plaatselijke variaties; b.het object/ complex is een goed voorbeeld van het oeuvre van een architect, bouwmeester of kunstenaar en neemt een belangrijke plaats in binnen de plaatselijke, regionale of landelijke architectuurgeschiedenis; c.het object/ complex is van belang vanwege hoogwaardige (esthetische) kwaliteiten van het ontwerp in het exterieur en/ of interieur(onderdelen), zoals gave verhoudingen en/ of een goede, bijzondere of zeldzame detaillering in vormgeving; d.het object/ complex is van belang vanwege bijzonder en/ of zeldzaam kleur-, materiaalgebruik en/ of ornamentiek; e.het object/ complex heeft een bijzonder en/ of zeldzaam interieur of bevat bijzondere en/ of zeldzame onderdelen in het interieur; f.het object/ complex is van belang vanwege een constructiewijze die historisch is overgeleverd of vernieuwend is voor de tijd van ontstaan (innovatieve waarde/ pioniersfunctie); het object/ complex of onderdelen hiervan bezit(ten) bouwhistorische waarde. het object/ complex is van belang vanwege de gaafheid van de hoofdvorm en architectonische detaillering en vanwege de gaafheid van ex- en/ of interieur. 2. Cultuurhistorische waarden: a.het object/ complex is van belang vanwege een plaatselijk, regionaal en/ of landelijk historisch gegeven, zoals bijvoorbeeld bekende bewoners, beroepen, bijzondere activiteiten; b.het object/ complex is van belang vanwege zijn bestemming, die verbonden is met bijvoorbeeld (een) sociaal-historische, sociaal-economische en/ of religieuze ontwikkeling(en); c.het object is van belang vanwege zijn verschijningsvorm, dat verbonden is met bijvoorbeeld (een) sociaal-historische, sociaal-economische, technische of religieuze ontwikkeling(en); d.het object/ complex is van belang als goed en/ of zeldzaam voorbeeld van (een) technische, functionele en/ of typologische ontwikkeling(en); e.het object/ complex is van belang vanwege een constructiewijze die historisch is overgeleverd of vernieuwend is voor de tijd van ontstaan (innovatieve waarde/ pioniersfunctie); f.het object/ complex of onderdelen hiervan bezit(ten) kunsthistorische waarde. 3. Stedenbouwkundige waarden: a.het object heeft ensemblewaarde vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie tussen de onderdelen van een groter geheel (complex), dat van plaatselijk, regionaal of landelijk belang is; b.het object/ complex is onderdeel van een historisch gegroeid stedelijk/ landschappelijk gebied en speelt daarin een beeldbepalende rol; c.het object/ complex is van belang vanwege de duidelijke relatie van het object/ complex met de wijze van (historische) verkaveling/ inrichting en/ of voorzieningen; d.het object/ complex is van bijzondere betekenis voor het aanzien van een streek, stad, dorp of wijk; e.het object/ complex is van belang vanwege de historisch-ruimtelijke relatie met groenvoorzieningen, wegen, wateren en/ of bodemgesteldheid; het object/ complex is onderdeel van een belangrijk stedenbouwkundig/ landschappelijk concept; het object/ complex is van belang vanwege het zichtbaar houden van het werk van een bekend stedenbouwkundige of landschapsarchitect; h.het object/ complex heeft een zeldzaamheidswaarde qua aanleg, structuur en relatie met de omgeving; i.het object/ complex is van belang in relatie tot de structurele en/ of visuele gaafheid van de stedelijke, dorpse of landschappelijke omgeving. 4. Overige waarden a.Het terrein is van archeologische waarde vanwege daar aanwezige zaken die van algemeen belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde. “Selectiecriteria beschermd gemeentelijke Stads- en dorpsgezichten” behorende bij de Monumentenverordening Enschede 2003 Selectiecriteria artikel 16, lid 2. Een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt gewaardeerd aan de hand van één of meer van de selectiecriteria. De selectiecriteria zijn: Historisch-ruimtelijke of stedenbouwkundige waarden Cultuurhistorische waarden Situationele waarden Gaafheid/herkenbaarheid Zeldzaamheid 1. Historisch-ruimtelijke of stedenbouwkundige waarden: belang van het gebied voor de geschiedenis van de ruimtelijke ordening en/of stedenbouw; belang van het gebied wegens de bijzondere samenhang van functies, schaal, verschijningsvorm, wegen, wateren, groenvoorzieningen en open ruimten, mede in relatie tot de regionale of lokale ontwikkelingsgeschiedenis; c.belang van het gebied wegens hoogwaardige ruimtelijke, esthetische en/of functionele kwaliteiten, op basis van een herkenbaar stedenbouwkundig concept; d.belang van gebied wegens bijzondere verkaveling, inrichting van de openbare ruimte en/of specifieke functies. 2. Cultuurhistorische waarden: a.belang van het gebied als bijzondere uitdrukking van (een) culturele, sociaal-economische en/of geestelijke ontwikkeling(en); b.belang van het gebied als bijzondere uitdrukking van (een) geografische, landschappelijke en/of bestuurlijke ontwikkelingen; c.belang van het gebied als bijzondere uitdrukking van (een) technische, structurele en/of functionele ontwikkeling(en); d.belang van het gebied wegens innovatieve waarde of pionierskarakter. 3. Situationele waarden: a.belang van het gebied wegens de bijzondere samenhang van historisch-ruimtelijke, structurele, esthetische en/of functionele kwaliteiten van bebouwde en onbebouwde ruimten in relatie tot hun stedelijke of landschappelijke omgeving; b.belang van het gebied wegens de hoogwaardige kwaliteit van de aanwezige bebouwing (monumenten) en hun groepering in relatie met groenvoorzieningen, wegen, wateren en/of terreingesteldheid. 4. Gaafheid/Herkenbaarheid a.belang van het gebied wegens de herkenbaarheid of gaafheid van de (oorspronkelijke) historischruimtelijke structuur, bebouwing en functionele opzet als geheel; belang van het gebied wegens de architectonische gaafheid van de (oorspronkelijke) bebouwing; belang van het gebied wegens de structurele en/of visuele gaafheid van de stedelijke of landschappelijke omgeving. 5. Zeldzaamheid a.Belang van het gebied wegens de unieke verschijningsvorm vanuit historisch-ruimtelijk, stedenbouwkundig, functioneel en/of landschappelijk oogpunt; b.Uitzonderlijk belang van het gebied wegens één of meer onder 1 t/m 4 genoemde kwaliteiten

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel