Naar hoofdinhoud
1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2 en 3 meldt de initiatiefnemer, onderscheidenlijk de drijver van de betrokken inrichting, het voornemen tot het realiseren van één of meer nieuwe stallen bij Gedeputeerde Staten. 2. Een melding als bedoeld in het eerste lid, stemt overeen met de werkelijke of beoogde situatie en de N-depositie stemt overeen met andere verleende of aangevraagde vergunningen en/of meldingen. 3. Indien door het realiseren van de nieuwe stallen een saldering als bedoeld in de artikelen 7 en 8 noodzakelijk is, wordt een daartoe strekkend verzoek gelijktijdig met de melding ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel