Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Voorwaarden voor deelname

Onderdeel van Nadere regels tot betaling van probleemgebiedensubsidie in Midden-Delfland

1.. Een probleemgebiedensubsidie kan worden verstrekt als: de desbetreffende percelen zijn gelegen binnen het werkingsgebied van het Recreatieschap Midden-Delfland of de Groeneveldse polder en als probleemgebied zijn aangewezen in het tweede Plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013; de landbouwgrond een aaneengesloten oppervlakte heeft van ten minste 0,5 hectare; voor zover de begunstigde in het jaar voorafgaande aan de aanvraag tot subsidieverstrekking niet met opzet: een onjuiste aanvraag heeft ingediend ter verkrijging van een subsidie op grond van de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer Zuid-Holland, óf de subsidieverplichtingen heeft geschonden die zijn verbonden aan een subsidie op basis van voornoemde regeling. 2.. Anders dan onder de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer Zuid-Holland kan een probleemgebiedenvergoeding worden aangevraagd zonder een subsidie te ontvangen op basis van de beheerpakketten in de bijlagen 6 tot en met 28f van de in dit lid bedoelde subsidieregeling (‘actief beheer’). 3.. Een probleemgebiedensubsidie wordt niet verstrekt voor landbouwgrond waarvoor een vergelijkbare subsidie wordt ontvangen op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer (SAN) van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zoals die regeling tot 1 januari 2007 gold of een vergoeding wordt ontvangen op basis van het Subsidiestelsel natuur- en landschapsbeheer (SNL).

Rechtspraak bij dit artikel