De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze
waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang
van de daarbij behorende werkzaamheden. De accountant bepaalt binnen het
kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles.
De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving
uitvoeren. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende
accountantscontrole vindt periodiek (afstemmings-)overleg plaats tussen de
accountant en (een vertegenwoordiger uit) de raad, (een vertegenwoordiger
van) de rekenkamer(functie), de portefeuillehouder financiën, de
gemeentesecretaris, de (concern-)controller en het hoofd financiën.
Artikel 4
Inrichting accountantscontrole
Onderdeel van Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Losser