Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 9

Artikel 22

Intrekken vergunning

Onderdeel van Huisvestingsverordening Medemblik 2011

1. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning intrekken indien: a. de ter verkrijging van de vergunning verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend zouden zijn geweest; b. de aan de vergunning verbonden voorwaarden en/of voorschriften niet worden nagekomen; c. de vergunninghouder een jaar na de dagtekening van de vergunning daarvan nog geen gebruik heeft gemaakt; d. vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat handhaving van de vergunning zal leiden tot een verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel tot een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de vergunning betrekking heeft (leefbaarheid van de woonomgeving). 2. Burgemeester en wethouders gaan niet tot intrekking van de vergunning over, voordat degene te wiens aanzien het besluit tot intrekking wordt genomen, bij aangetekende brief is gewaarschuwd, dat zij de vergunning zullen intrekken, indien voor een te bepalen datum niet zodanige maatregelen en/of voorzieningen zijn getroffen, dat alsnog aan de desbetreffende bepalingen van deze verordening wordt voldaan en hij in de gelegenheid is gesteld zich door of namens Burgemeester en Wethouders te doen horen.

Rechtspraak bij dit artikel