In afwijking van het bepaalde in artikel 2 is het bepaalde in dit hoofdstuk niet van toepassing op:
a. woonruimten, bestemd voor inwoning, als bedoeld in artikel 6, lid 1, van de Wet;
b. zorg- en aanleunwoningen, die als zodanig zijn aangemerkt door burgemeester en wethouders, waarvoor de toewijzing via een indicatie van de indicatiecommissie als bedoeld in artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten geschiedt;
c. door burgemeester en wethouders in overleg met de corporatie aan te wijzen vormen van woon- of leefgemeenschap;
d. onzelfstandige woonruimten;
e. ligplaatsen voor een woonschip;
f. standplaatsen voor een woonwagen.