1. Burgemeester en wethouders kunnen eigenaren van voor verkoop bestemde nieuwbouwwoningen beneden de koopprijsgrens verplichten deze woningen aan te bieden aan een door burgemeester en wethouders te bepalen doelgroep van woningzoekenden. Burgemeester en wethouders bepalen daarbij de volgorde waarin de woningzoekenden voor de betreffende woningen in aanmerking komen.
2. Het inkomen van het huishouden moet in een naar het oordeel van burgemeester en wethouders redelijke verhouding staan tot de koopprijs van de in lid 1 bedoelde woningen.
3. Burgemeester en wethouders stellen, ter uitvoering van het bepaalde in lid 1 vast:
a. welke categorieën koopwoningen vallen onder het bepaalde in lid 1;
b. de categorieën en de onderlinge volgorde van mensen die in aanmerking komen voor toewijzing van een koopwoning, waaronder het percentage dat in aanmerking komt voor toewijzing aan starters.
4. Starterswoningen worden, in aanvulling op het bepaalde in de leden 2 en 3, uitsluitend toegewezen aan starters.
5. Indien een koopwoning zoals bedoeld in lid 1 niet wordt toegewezen op de wijze zoals bedoeld in lid 3 kunnen burgemeester en wethouders het verschil tussen de verlaagde grondprijs en de reguliere grondprijs bij de betrokken ondernemer terugvorderen.
6. Ten aanzien van het bepaalde in de leden 1 en 2 plegen burgemeester en wethouders vooraf overleg met de ondernemers die koopwoningen realiseren in de aangewezen categorieën.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 10
Artikel 24
Artikel 24
Onderdeel van Huisvestingsverordening Medemblik 2011