1. Op verzoek van de belastingplichtige wordt de belasting ineens geheven naar een bedrag, dat gelijk is aan de contante waarde van de belastingbedragen, welke geheven zouden zijn - beoordeeld naar de omstandigheden bij het begin van het belasting jaar, waarin het verzoek wordt gedaan - voor elk van de nog aan te vangen belastingjaren.
2. De contante waarde bedoeld in het vorige lid, wordt berekend naar een rentevoet van 8,75%.
3. Een verzoek, als in het eerste lid bedoeld, moet vóór 1 maart van het belastingjaar schriftelijk bij burgemeester en wethouders worden ingediend.
Artikel 7
Afkoop
Onderdeel van Verordening regelende de heffing en invordering van een baatbelasting riolering Zwaagdijk