Naar hoofdinhoud
1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit door middel van: het opstellen (door derden) van een waterkwaliteitsverbeterings- / inrichtingsplan; maatregelen voor herstel of aanleg van landschappelijke elementen; grondverzet; het plaatsen van een raster; afvoer van grond, of overige maatregelen voor zover noodzakelijk in verband met de desbetreffende inrichting; de inrichting van natuurvriendelijke oevers; bestrijding van eutrofiëring in natuurgebieden door: de aanleg van dammen en stuwen; het verleggen van waterstromen; het scheiden van waterstromen; het aanleggen van helofytenfilters daar waar de problemen zijn ontstaan door diffuse lozingen en derden daarvoor niet aansprakelijk gesteld kunnen worden; de aanleg van slibbezinkbassins; het toevoegen van ijzer aan de waterbodem; baggeren, verdiepen en vergroten van watergangen; aanleggen van defosfateringsinstallaties; uitbreiding van het areaal open water; herstel oorspronkelijke uiterlijke verschijningsvormen van watersystemen; vasthouden gebiedseigen water door: aanleggen van bekkens; plaatsen van stuwen of cascades; werken uit te voeren gericht op het laten meanderen van beken, verondiepen en verbreden van de watergangen; verbeteren waterkwaliteit buiten natuurgebieden door: realiseren van nulbemesting langs waterkanten; sanering riooloverstorten, voor zover bovenwettelijk; het scheiden van waterstromen; het verleggen van waterstromen. 2. Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien aan alle volgende criteria is voldaan: de maatregelen zijn genomen in het SGBP Rijndelta; de maatregelen zijn opgenomen als KRW maatregelen in de vast te stellen beheerplannen in het kader van Natura 2000; en de maatregelen zijn éénmalige maatregelen die een langdurig positief effect hebben op de waterkwaliteit. De subsidiabele activiteiten, genoemd in het eerste lid, dragen zoveel mogelijk bij aan onderstaande criteria: de verhoging van de biodiversiteit; vergroting van het waterbergend vermogen; verbeteren van landschappelijke kwaliteit. 3. Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €1.000.000; Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval: loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek) tot een maximum van 15% van de projectkosten; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten; kosten voor koop of huurkoop van installaties, machines en materieel ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten; reiskosten; accountantskosten, voor zover van toepassing; kosten onvoorzien tot een maximum van 7% van de projectkosten; Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv, wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de volgende kosten: de verwijdering van bodemverontreiniging of afval; kosten voor de bouw, verwerving of verbetering van onroerende goederen; achterstallig onderhoud aan landschappelijke elementen; kosten voor koop of huurkoop van installaties, machines en materialen, anders dan ten behoeve van het treffen van maatregelen als bedoeld in de categorie subsidiabele kosten; grondaankoop buiten de EHS ten behoeve van uitbreiding natuurgebieden voor het realiseren van KRW-maatregelen. 4. Subsidieontvanger Subsidie kan worden verstrekt aan: gemeenten en waterschappen; landbouwondernemingen. 5. Aanvraag Een subsidieaanvraag wordt ingediend voor een door Gedeputeerde staten te bepalen datum. 6. Europese regelgeving en POP2 2007-2013 Voor subsidiëring vanuit de Agenda Vitaal Platteland zal voor dit onderdeel primair gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Europees plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (POP2), EG-verordening nr. 1698/2005 en bijbehorende uitvoeringsverordeningen. Voor dit onderdeel is de maatregelen 216 ”Niet productieve investeringen” en de daarin vermelde voorwaarden voor subsidieverstrekking van toepassing. POP2-middelen en aanvullende nationale financiering worden alleen ingezet, als aan de in de maatregel opgenomen voorwaarden is voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel