**1.** Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op:
het verstrekken van informatie en verzorgen van publiciteit;
advies en ondersteuning bij het opstellen van plannen;
cursussen, voorlichtingsbijeenkomsten en studieclubs.
**2.** Nadere criteria
De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien:
het project past in het programma duurzame landbouw;
het project tot aantoonbare milieuwinst leidt die verder gaat dan de wettelijke eisen;
het project aan de bevordering van de toepassing van nieuwe kennis of technologieën bijdraagt; en
er draagvlak is bij de landbouw (bottom-up);
In aanvulling op het gestelde onder a worden bij de beoordeling van de aanvraag de volgende aspecten betrokken:
welke spin-off te verwachten is;
op hoeveel en welk type bedrijven de vernieuwing kan worden toegepast;
hoe groot het deel is van de doelgroep dat bereikt wordt in het project;
hoe de doelgroep als geheel bereikt wordt;
hoe het Afwegingskader Duurzaamheid van de provincie Utrecht toegepast.
**3.** Hoogte van de subsidie
De totale overheidsbijdrage bedraagt maximaal 90% van de subsidiabele kosten.
Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval:
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek en ondernemersplan) tot een maximum van 15% van de projectkosten;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor monitoring en analyse;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor publicaties, websites en andere vormen van communicatie;
reis- en verblijfkosten van de deelnemers;
kosten van vervangende diensten tijdens de afwezigheid van de landbouwer of een bedrijfsmedewerker;
accountantskosten, voor zover van toepassing;
kosten onvoorzien tot een maximum van 7% van de projectkosten.
Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor kosten die tot de gewone bedrijfsuitgaven van de onderneming behoren, zoals routinematig belastingadvies, regelmatige dienstverlening op juridisch gebied of reclame.
**4.** Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan:
samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen;
onderzoeks- en adviesbureaus.
**5.** Aanvraag
De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend. De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de projectactiviteiten plaatsvinden. Het programmabureau adviseert aanGS over de aansluiting van het project op het gebieds- en uitvoeringsprogramma. Voor dit onderdeel zal dat zijn op basis van een weging van het project ten opzichte van een van de volgende doelen:
N2-1-1-1 verdrogingsbestrijding tbv Natura 2000 gebied;
N2-1-1-2 verdrogingsbestrijding Overige top en subtopgebieden;
N2-1-1-3 verbeteren luchtkwaliteit;
N2-1-2-3 brongerichte maatregelen verzuring en vermesting tbv Natura 2000 gebied;
N2-1-2-4 brongerichte maatregelen verzuring en vermesting overig EHS;
N4-1-1-1 pilots duurzaam bodemgebruik;
N6-1-3-2 duurzaam ondernemen (overig);
N6-1-3-3 versterken biologische landbouw en verduurzamen gangbare landbouw;
N7-1-1-3 verbetering water- en bodemkwaliteit voor VHR-/Nb-wet en EHS-gebieden;
N7-1-2-3 verbetering water- en bodemkwaliteit in Natura 2000-/Nb-wet- en EHS-gebieden;
N7-1-3-4 verduurzamen productiesystemen door inzet stimulator;
In aanvulling op artikel 7 van de Asv:
blijkt uit de aanvraag dat er draagvlak is bij de landbouw (bottom-up);
is de aanvraag voorzien zijn van een onderzoeks- of monitoringsplan; en
is de aanvraag voorzien van een plan voor publicatie of openbaar maken van de resultaten.
**6.** Verplichtingen subsidieontvanger
Gedurende de uitvoering van het project gelden de volgende verplichtingen ten aanzien van de rapportage over de voortgang van het project:
de monitoring wordt op een duidelijke manier gerapporteerd waaruit blijkt hoeveel bedrijven zijn bereikt, welke maatregelen zijn toegepast, en wat het gemeten of berekende effect is van deze maatregelen en van het project als geheel, zowel wat betreft milieu, de feitelijke uitvoering en de sociaal-ecomomische aspecten;
de rapportage bevat ook een advies voor de verdere implementatie van de maatregel bij de doelgroep.
**7.** Europese regelgeving en POP2
Subsidie kan worden verleend overeenkomstig de hiervoor genoemde voorwaarden.
In aanvulling op die voorwaarden is van toepassing:
indien aan landbouwers subsidie wordt verstrekt in de vorm van technische steun geschiedt dit met inachtneming van artikel 15 van de verordening (EG), nummer 1857/2006, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren;
indien subsidie wordt verstrekt aan landbouwondernemingen die niet valt onder de hiervoor onder 1 en 2 genoemde categorieën wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de verordening (EG), nummer 1535/2007, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwproductiesector.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 4.2.4