**1.** Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op investeringen in niet-agrarische activiteiten op agrarische bedrijven die diversificatie tot doel hebben.
**2.** Nadere criteria
De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien:
de verbredingsactiviteiten betrekking hebben op de thema’s zorg, dag- en verblijfsrecreatie, streekproducten en streekidentiteit;
de activiteiten voldoende economisch perspectief hebben;
De subsidiabele activiteiten, genoemd onder a, dragen zoveel mogelijk bij aan onderstaande criteria:
het tot stand brengen van samenwerkingsvormen of het integreren van functies in het landelijk gebied;
het aanbieden van voorzieningen en arrangementen voor ouderen, gehandicapten en kinderen.
**3.** Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000,- per project.
Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval:
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek en ondernemersplan) tot een maximum van 15% van de projectkosten;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten;
kosten voor de bouw, verwerving of verbetering van onroerende goederen;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor publicaties, websites en andere vormen van communicatie;
kosten voor koop of huurkoop van installaties, machines en materieel ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten;
kosten voor de catering en zaalhuur in verband met de organisatie van bijeenkomsten;
reiskosten;
legeskosten;
kosten onvoorzien tot een maximum van 7% van de projectkosten;
Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv, wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de volgende kosten:
vervangingsinvesteringen;
kosten voor beheer en onderhoud.
**4.** Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan landbouwondernemingen- en samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen.
**5.** Aanvraag
De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend. De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de projectactiviteiten plaatsvinden. Het programmabureau adviseert aan GS over de aansluiting van het project op het gebieds- en uitvoeringsprogramma. Voor dit onderdeel zal dat zijn op basis van een weging van het project ten opzichte van een van de volgende doelen:
N6-1-4-1 plattelandsontwikkeling;
N7-1-3-3 diversificatie naar niet- agrarische activiteiten (Reconstructiegebied Gelderse Vallei);
In aanvulling op artikel 7 van de Asv is de aanvraag voorzien van een ondernemersplan, inclusief exploitatiebegroting, waaruit voldoende economisch perspectief blijkt.
**6.** Europese regelgeving en POP2 2007-2013
Voor zover de activiteiten leiden tot voordeel voor een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de Verordening (EG) 1998/2006, PbEU 2006, L379/5, betreffende de-minimissteun;
Voor subsidiëring vanuit de Agenda Vitaal Platteland kan voor dit onderdeel gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Europees plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (POP2), EG-verordening nr. 1698/2005 en bijbehorende uitvoeringsverordeningen. Voor dit onderdeel zijn de maatregelen 311
“Diversificatie naar niet-agrarische
activiteiten” en 413 “Leader; De leefkwaliteit op het platteland en diversificatie van de plattelandseconomie”
en de daarin vermelde voorwaarden voor subsidieverstrekking van toepassing. POP2-middelen worden alleen ingezet, als aan de in de maatregel opgenomen voorwaarden is voldaan.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 4.3.1