Naar hoofdinhoud
1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op: haalbaarheidsstudies en marktverkenningen ten behoeve van toeristische ontwikkeling; (her-) inrichting van dagrecreatieve voorzieningen; investeringen in verblijfsrecreatieve voorzieningen; innovatie in de toeristisch recreatieve bedrijvigheid door bijvoorbeeld het ontwikkelen en aanbieden van nieuwe arrangementen en andere recreatieve toeristische producten; professionalisering van toeristisch recreatieve ondernemers door het organiseren van trainingen en bedrijfsadviezen; voorbereiden en organiseren van toeristisch-recreatieve evenementen. 2. Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: het project levert een bijdrage aan de recreatieve mogelijkheden van de provincie Utrecht; het project komt zonder subsidie niet of later tot stand; het project sluit aan bij het beleidsprogramma Vrije Tijd van de provincie Utrecht; de recreatieve voorziening waarvoor een investering wordt gevraagd, is levensvatbaar op de lange termijn; De subsidiabele activiteiten, genoemd onder a, dragen zoveel mogelijk bij aan onderstaande criteria: de mate waarin het project vernieuwend is en voldoende origineel; de mate waarin het project gericht is op vergroting van de veelzijdigheid van het aanbod of in de verbreding van het publieksbereik. 3. Weigeringsgrond In aanvulling op artikel 10 van de Asv wordt subsidie geweigerd indien: subsidie al in die mate is of zal worden verleend voor gelijksoortige projecten dat er voor de provincie geen verder nut aan verbonden is; zij is aangevraagd door een organisatie uitsluitend in het belang van de bij die organisatie aangesloten leden. 4. Hoogte subsidie De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten. Voor ondernemingen geldt een maximum subsidie van € 200.000 over 3 belastingjaren. Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval: loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek) tot een maximum van 15% van de projectkosten; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten; kosten voor de bouw, verwerving of verbetering van onroerende goederen; aan derden betaalde kosten voor opleiding en training; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor publicaties, websites en andere vormen van communicatie; kosten voor koop of huurkoop van installaties, machines en materieel ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten; kosten voor de catering en zaalhuur in verband met de organisatie van bijeenkomsten; reiskosten; accountantskosten, voor zover van toepassing; kosten onvoorzien tot een maximum van 7% van de projectkosten; Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv, wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de volgende kosten: vervangingsinvesteringen; kosten voor beheer en onderhoud; kosten voor structurele ondersteuning van activiteiten en organisaties; 5. Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan: overheden; natuurlijke en rechtspersonen 6. Aanvraag De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend. De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de projectactiviteiten plaatsvinden. Het programmabureau adviseert aan GS over de aansluiting van het project op het gebieds- en uitvoeringsprogramma. Voor dit onderdeel zal dat zijn op basis van een weging van het project ten opzichte van een van de volgende doelen: N1-1-9-1 projecten bijdragend aan jaarplan nationaal park; N5-1-1-1 ontwikkeling nationale landschappen; N6-3-1-1 ha verwerven ontwikkeling nieuw dagrecreatie terreinen; N6-3-1-2 inrichten ontwikkeling nieuw dagrecreatie terreinen; N6-3-1-3 beheren ontwikkeling dagrecreatie terreinen; N6-3-1-4 reconstructie ontwikkeling bestaande dagrecreatie terreinen; N6-3-7-3 versterken toeristische ontwikkeling; Een aanvraag voor investering in een recreatieve voorziening gaat gepaard met een dekkend exploitatieoverzicht waarmee de levensvatbaarheid van de voorziening op de lange termijn wordt aangetoond. 7. Europese regelgeving en POP2 2007-2013 Voor zover de activiteiten leiden tot voordeel voor een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de Verordening (EG) 1998/2006, PbEU 2006, L379/5, betreffende de-minimissteun; Voor subsidiëring vanuit de Agenda Vitaal Platteland kan voor dit onderdeel gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Europees  lattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (POP2), EG-verordening nr. 1698/2005 en bijbehorende uitvoeringsverordeningen. Voor dit onderdeel zijn de maatregelen 313 “Bevordering van toeristische activiteiten en 413 Leader; De leefkwaliteit op het platteland en diversificatie van de plattelandseconomie en de daarin vermelde voorwaarden voor subsidieverstrekking van toepassing. POP2-middelen worden alleen ingezet, als aan de in de maatregel opgenomen voorwaarden is voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel