Naar hoofdinhoud
In deze uitvoeringsverordening wordt verstaan onder: Asv: Algemene subsidieverordening provincie Utrecht; Plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (POP): het  lattelandontwikkelingsprogramma 2007-2013 (afgekort POP2) is de invulling van de mogelijkheden die het Europese Plattelandsbeleid voor Nederland biedt. Het programma is gericht op: het versterken van de landbouwsector; het verbeteren van de natuur en het milieu; de leefbaarheid op het platteland en de diversificatie van de lattelandseconomie; LEADER; Landbouwonderneming: kleine en middelgrote landbouwbedrijven die actief zijn in de primaire productie van landbouwproducten; Micro-onderneming: een onderneming waar minder dan 10 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal 2 miljoen Euro niet overschrijdt; Programmabureau: ondersteunend bureau werkzaam in elk van de 7 gebieden in het kader van Agenda Vitaal Platteland. Het programmabureau is het eerste aanspreekpunt voor subsidieaanvragers; Gebiedsprogramma: meerjarig programma van de 7 gebieden in het kader van Agenda Vitaal Platteland. Het gebiedsprogramma geeft voor elk gebied zowel invulling aan de inhoudelijke doelen voor het gebied als de noodzakelijke middelen voor het realiseren daarvan; Uitvoeringsprogramma: op basis van het gebiedsprogramma nadere uitwerking van doelen en middelen voor een periode van 1 kalenderjaar. Uitvoeringsprogramma’s worden voor 7 AVP gebieden opgesteld; Voorbereidingskosten: kosten die gemaakt worden voorafgaand aan de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag door Gedeputeerde Staten. Het gaat om kosten die noodzakelijk zijn voor het uitvoeringsgereed maken van het project; Kosten onvoorzien: het deel van de begroting dat gereserveerd wordt voor onvoorziene uitgaven; Loonkosten eigen personeel: de loonkosten van het direct met het project belaste personeel bestaat uit de volgende 2 componenten: een uurtarief berekend op basis van de verzamelloonstaat van de betrokken projectmedewerker(s), exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke of op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, gedeeld door het aantal productieve uren; een opslag voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezicht en van leidinggevend personeel ten bedrage van maximaal 20% van het onder 1 bedoelde uurtarief; De werkzaamheden moeten rechtstreeks betrekking hebben op de uitvoering van het ondersteunde project en mogen niet voortvloeien uit reguliere taken of wettelijke verantwoordelijkheden; Kosten voor kavelaanvaardingswerkzaamheden: werkzaamheden die een causaal verband hebben met de toedeling in het ruilschema van een kavelruil om de betrokken ondernemers tot een vergelijkbaar agrarisch productieniveau te brengen ten opzichte van de situatie voorafgaand aan de kavelruil; Nb-wetterreinen: natuurbeschermingswetterreinen; dit zijn gebieden met een bijzondere natuurkwaliteit; Niet-productieve investeringen: in navolging van artikel 29 van EU verordening 1974/2006 wordt onder niet-productieve investeringen verstaan ’investeringen die geen aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van het landbouw- of  bosbouwbedrijf tot gevolg hebben’; Ecologische Hoofdstructuur (EHS): gebieden binnen groene contouren conform de geldende provinciale structuurvisie; Stapsteen: een (klein) natuurterrein langs een ecologische verbindingszone waar soorten zich wat langer kunnen ophouden; Natuurbeheerplan: het geldende provinciale natuurbeheerplan; Soortbeschermingsplannen: door het Rijk of de provincie Utrecht opgesteld plan waarin een strategie is beschreven om de kans op duurzaam voortbestaan voor een of enkele soorten te vergroten; Leefgebiedenbenadering: nieuwe vorm van soortbescherming gericht op de leefgebieden van (groepen van) soorten; Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer: Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer provincie Utrecht en Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap provincie Utrecht; (Sub)Top-gebieden: de door de provincie en het Rijk aangewezen natuurgebieden waar de bestrijding van verdroging wordt aangepakt; Groenblauwe diensten: activiteiten op het gebied van natuur, water, landschap (inclusief cultuurhistorie) en toegankelijkheid die de kwaliteit van het landelijk gebied verhogen. De diensten gaan verder dan waartoe de beheerder wettelijk is verplicht en worden vrijwillig, meestal tegen een vergoeding, uitgevoerd; Kleine kern: een woonkern met een inwonertal tussen de 400 en 4000 inwoners.

Rechtspraak bij dit artikel