**1.** Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op:
versterken van landschappelijke structuren (door bijvoorbeeld inpassing van bebouwing en wegen, beplantingsstructuren versterken en landschapselementen aanleggen);
verwijderen van niet passende elementen in een landschap;
herstel van landschappelijke waardevolle elementen;
inpassen van nieuwe ontwikkelingen in de landschappelijke structuren (door bijvoorbeeld plaatsing van bebouwing in landschapsstructuur of het aanleggen van erfbeplantingen);
opstellen van beeldkwaliteitsplannen.
**2.** Nadere criteria
De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien zij plaatsvinden in één van de vijf nationale landschappen (Groene Hart, Rivierengebied, Arkemheen-Eemland, Nieuwe Hollandse Waterlinie, Stelling van Amsterdam), het provinciale landschap (Utrechtse Heuvelrug) of in het reconstructiegebied (Gelderse Vallei).
**3.** Hoogte van de subsidie
De hoogte bedraagt maximaal 75 % van de subsidiabele kosten;
Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval:
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek) tot een maximum van 15% van de projectkosten;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten;
kosten voor de bouw, verwerving of verbetering van onroerende goederen;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor publicaties, websites en andere vormen van communicatie;
kosten voor koop of huurkoop van installaties, machines en materieel ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten;
kosten voor de catering en zaalhuur in verband met de organisatie van bijeenkomsten;
reiskosten;
accountantskosten, voor zover van toepassing;
kosten onvoorzien tot een maximum van 7% van de projectkosten;
Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv, wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de volgende kosten:
kosten voor de inzet van vrijwilligers;
kosten voor structurele ondersteuning van activiteiten en organisaties.
**4.** Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan:
particulieren;
landbouwondernemingen;
terreinbeherende organisaties;
gemeenten en waterschappen;
stichtingen en verenigingen.
**5.** Aanvraag
De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend. De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de projectactiviteiten plaatsvinden. Het programmabureau adviseert aan GS over de aansluiting van het project op het gebieds- en uitvoeringsprogramma. Voor dit onderdeel zal dat zijn op basis van een weging van het project ten opzichte van een van de volgende doelen:
N1-1-9-1 projecten bijdragend aan jaarplan nationaal park;
N5-1-1-1 ontwikkeling nationale landschappen;
N5-1-2-1 ontwikkelen landschappelijke kwaliteit;
N5-1-2-2 verwijderen storende elementen;
N5-1-2-3 herstel bestaande elementen.
**6.** Europese regelgeving en POP2 2007-2013
De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij voldoen aan de volgende communautaire toetsingskaders:
Indien subsidie wordt verstrekt aan landbouwondernemingen die niet valt onder onderdeel b wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de verordening (EG), nummer 1535/2007, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwproductiesector;
Indien de subsidie uitsluitend wordt verstrekt aan ondernemers niet zijnde landbouwerondernemingen voor de instandhouding of de renovatie van een monument dan geschiedt dit met inachtneming van de Nationale monumenten regeling (Steunmaatregel N 606/2009);
Indien subsidie wordt verstekt aan ondernemers niet zijnde landbouwondernemingen voor andere dan onder d bedoelde activiteiten, geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EG), nummer 1998/2006, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europes Unie op de minimis-steun;
Voor subsidiëring vanuit de Agenda Vitaal Platteland zal voor dit onderdeel gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Europees plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (POP2), EG-verordening nr. 1698/2005 en bijbehorende uitvoeringsverordeningen. Voor dit onderdeel zijn de maatregelen 323
“Instandhouding en opwaardering van
het landelijk erfgoed”, 412 “Leader; Verbetering van het milieu en het platteland” en 413
“Leader; De leefkwaliteit op het platteland en diversificatie van de plattelandseconomie
” en de daarin vermelde voorwaarden voor subsidieverstrekking van toepassing. POP2- middelen worden alleen ingezet, als aan de in de maatregel opgenomen voorwaarden is voldaan.
Hoofdstuk
Artikel 3.1