Naar hoofdinhoud
1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op het verplaatsen van gehele en volwaardige agrarische bedrijven. 2. Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien aan één of meer van de volgende criteria wordt voldaan: indien de aanvraag afkomstig is van de eigenaar van het te verplaatsen bedrijf, wordt de daarbij behorende grond in eigendom: vrij van enig gebruiksrecht, aan het Bureau Beheer Landbouwgronden of de provincie verkocht; of ingebracht bij de toedeling van gronden vooruitlopend op het plan van toedeling als bedoeld in artikel 51 van de Wet inrichting landelijk gebied; met instemming van de provincie aangewend voor te realiseren provinciale doelen; indien de aanvraag afkomstig is van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die beschikt over een duurzaam gebruiksrecht op het te verplaatsen bedrijf, verklaart de eigenaar van de daarbij behorende grond akkoord te gaan met het gestelde onder i. In aanvulling op het eerste lid vindt subsidieverstrekking ten behoeve van natuurdoelen slechts plaats, als na verwerving van de grond de agrarische bestemming van de bedrijfskavel met de zich daarop bevindende bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en installaties vervalt; In bijzondere gevallen kunnen gedeputeerde staten afwijken van de onder b omschreven criterium. 3. Weigeringsgrond Onverminderd artikel 10 van de Asv wordt subsidie geweigerd indien: op de bedrijfskavel of daarbij behorende grond woningbouw is toegestaan volgens een geldend bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, of volgens een geldend projectbesluit als bedoeld in artikel 3.10 van deze wet; indien aan de aanvrager voor de betreffende bedrijfsgebouwen en gronden een volledige schadeloosstelling is betaald op grond van de hoofdstukken I, IV of VI van de Onteigeningswet; indien aan de aanvrager voor de betreffende bedrijfsgebouwen en gronden een volledige schadeloosstelling op vrijwillige basis is betaald. 4. Hoogte subsidie De subsidie bedraagt: 100 % van de subsidiabele kosten, genoemd onder e, sub i, waarbij voor de verhuiskosten een maximum geldt van € 10.000,- . De kosten moeten redelijk zijn. Richtsnoer bij de beoordeling van de kosten (redelijkheidstoets) zijn de tarieven hiervoor bij een aankoop met volledige schadeloosstelling; maximaal 40% van de subsidiabele kosten, genoemd onder e, sub ii; de totale vergoeding van het gestelde onder a, sub i en ii, mag niet meer bedragen dan € 400.000; GS kunnen afwijken van de maximale subsidie van € 400.000 indien het oppervlak van de aan het Bureau Beheer Landbouwgronden of de provincie verkochte grond niet in verhouding staat tot de waarde van de bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en installaties; in afwijking van het gestelde onder a, sub ii, kan bij (erf)pacht voor de vervangende bedrijfskavel in plaats van de koopsom de taxatie van de agrarische gebruikswaarde in het economisch verkeer van toepassing zijn; als op grond van de subsidiecriteria, genoemd in het tweede lid, niet alle bij het bedrijf behorende grond wordt overgedragen aan het Bureau Beheer Landbouwgronden of de provincie, wordt de hoogte van de subsidie naar evenredigheid van de over te dragen oppervlakte grond berekend; er wordt minder subsidie verstrekt naar de mate dat andere overheden een vergoeding verstrekken bij de verplaatsing van het grondgebonden agrarisch bedrijf of de sloop van de zich op de bedrijfskavel bevindende bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen of installaties. De totale steun bedraagt niet meer dan het bedrag dat voortvloeit uit het gestelde onder a, b en c; Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval: de kosten die daadwerkelijk gemaakt zijn ten behoeve van de hervestiging, zoals notariskosten, kadastrale kosten, advieskosten, verhuiskosten, overdrachtsbelasting en kosten van eigen arbeid van de aanvrager; de kosten die het verschil uitmaken tussen enerzijds de koopsom en eventueel (aanvullende) investeringskosten van bedrijfsgebouwen en installaties op de hervestigingslocatie en anderzijds de getaxeerde waarde van gebouwen en installaties op de te verlaten locatie. Uitgangspunt hierbij is gelijke bedrijfsomvang. Wanneer er sprake is van bedrijfsuitbreiding, worden de kosten verbonden aan de uitbreiding buiten de subsidie gehouden. 5. Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan landbouwondernemingen. 6. Aanvraag De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend. De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de projectactiviteiten plaatsvinden. Het programmabureau adviseert aan GS over de aansluiting van het project op het gebieds- en uitvoeringsprogramma. Voor dit onderdeel zal dat zijn op basis van een weging van het project ten opzichte van een van de volgende doelen: N1-1-1 verwerven nieuwe EHS; N6-1-1-1 structuurverbetering grondgebonden landbouw; N6-1-1-3 bedrijfsverplaatsingen grondgebonden landbouw; N7-1-1-1 verplaatsing veehouderijbedrijven rond ammoniak- en stankgevoelige objecten Reconstructiegebied Gelderse Vallei); N7-1-3-1 verbeteren ruimtelijke structuur (Reconstructiegebied Gelderse Vallei). 7. Verplichtingen subsidieontvanger De subsidieontvanger realiseert de hervestiging van een volwaardig bedrijf op een andere plaats binnen vierentwintig maanden na het sluiten van de overeenkomst, bedoeld in het tweede lid, onder a. 8. Europese regelgeving De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien aan landbouwerondernemingen subsidie wordt verstrekt voor de verplaatsing van landbouwbedrijfsgebouwen in het algemeen belang en dat dit geschiedt met inachtneming van de artikel 6 van de verordening (EG), nummer 1857/2006, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren. Deze steunmaatregel is bekendgemaakt in het publicatiejournaal (2008/C 99/08) van de Europese Commisie onder zaaknr. XA 371/07.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel