Naar hoofdinhoud
1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op: het uitvoeren van energiescans gericht op het inzichtelijk maken van maatregelen waarmee het meeste energie bespaard kan worden tegen de laagste kosten; het uitvoeren van haalbaarheidsstudies naar energiebesparing en productie van duurzame energie; investeringen in energiebesparing in de agrarische bedrijfsvoering; investeringen in de productie van duurzame energie gekoppeld aan het primaire productieproces; het aanleggen van basisvoorzieningen voor hernieuwbare energie met als doel het verbeteren en oprichten van basisvoorzieningen rond hernieuwbare energie. 2. Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder a, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: de energiescans zijn gericht op het realiseren van een besparing van minimaal 30% (doelstelling Schoon en Zuinig Agrosectoren); de energiescans worden aangevraagd door een  samenwerkingsverband van ondernemers; en de energiescans worden ingezet op minimaal de helft van het aantal bedrijven in het betreffende AVP gebied; De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder b, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: er is sprake van samenwerking met andere energieproducenten, kennisinstellingen of afnemers; en de provincie wordt betrokken in het onderzoek; De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder c, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: er is sprake van een realisatie van minstens 30% energiebesparing; de terugverdientijd bedraagt tussen de 5 en de 10 jaar; en de activiteiten staan op de lijst Energie Investeringsaftrek EIA; De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder d, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: de aanvragen passen binnen de provinciale visie biomassa; de activiteiten gekoppeld zijn aan het primaire productieproces; De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder e, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien de aanvragen passen binnen de provinciale visie biomassa. 3. Hoogte subsidie De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 200.000 over 3 belastingjaren. Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval: loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek en ondernemersplan) tot een maximum van 15% van de projectkosten; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten; kosten voor de bouw, verwerving of verbetering van onroerende goederen; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor monitoring en analyse; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor publicaties, websites en andere vormen van communicatie; kosten voor koop of huurkoop van installaties, machines en materieel ten behoeve van de gesubxsidieerde activiteiten, inclusief computersoftware; kosten voor de catering en zaalhuur in verband met de organisatie van bijeenkomsten; reiskosten; kosten van vervangende diensten tijdens de afwezigheid van de landbouwer of een bedrijfsmedewerker. accountantskosten, voor zover van toepassing; kosten onvoorzien tot een maximum van 7% van de projectkosten. 4. Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan: landbouwondernemingen; samenwerkingsverbanden; bos- en natuurbeherende organisaties; overheden; rechtspersonen; 5. Aanvraag Een subsidieaanvraag wordt ingediend voor een door Gedeputeerde staten te bepalen datum; de aanvraag voor activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder b, geeft voldoende blijk van samenwerking met andere energieproducenten, kennisinstellingen of afnemers. 6. Europese regelgeving en POP2 2007-2013 . Voor zover de activiteiten leiden tot voordeel voor een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de Verordening (EG) 1998/2006, PbEU 2006, L379/5, betreffende de-minimissteun; Voor subsidiëring vanuit de Agenda vitaal platteland kan voor de activiteiten 2iiii en 2v gebruik worden gemaakt van middelen uit het Europees plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (POP2), EG-verordening nr. 1698/2005 en bijbehorende uitvoeringsverordeningen. Voor deze onderdelen zijn de maatregelen 311b “Diversificatie naar niet-agrarische activiteiten/b. hernieuwbare energie” en 321b “Basisvoorzieningen voor de economie en de plattelandsbevolking/b.hernieuwbare energie ” en de daarin vermelde voorwaarden voor subsidieverstrekking van toepassing. POP2-middelen worden alleen ingezet, als aan de in de maatregel opgenomen voorwaarden is voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel