**1.** Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op:
het ontwikkelen en aanbieden van communicatieuitingen;
het ontwikkelen en uitvoeren van educatieve projecten;
het ontwikkelen en uitvoeren van activiteiten die bijdragen aan de versterking van draagvlak voor natuurbeleid;
het uitvoeren van natuur- en landschapsgericht onderzoek.
**2.** Nadere criteria
De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien aan alle volgende criteria is voldaan:
de activiteiten hebben bovenlokaal niveau door zich te richten op ten minste drie kernen;
de deelnemers aan de activiteiten of de anderen die van de activiteiten profijt hebben, leveren een bijdrage in de kosten; en
de activiteiten leveren een bijdrage aan versterking van het draagvlak voor het natuur- en landschapsbeleid.
Bij de beoordeling van de aanvraag wordt aan de hand van het projectvoorstel de mate van integraliteit en de vorm van samenwerking beoordeeld. Projecten die gericht zijn op samenwerking of functies in het landelijk gebied integreren, hebben voorrang boven op zichzelf staande projecten.
**3.** Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 90% van de subsidiabele kosten;
In afwijking van het gestelde onder a kan de subsidie ten behoeve van projecten in het kader van een uitvoeringsprogramma Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug in bijzondere gevallen worden verhoogd tot maximaal 100% van de subsidiabele kosten;
Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval:
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek) tot een maximum van 15% van de projectkosten;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten;
kosten voor koop of huurkoop van installaties, machines en materieel;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor publicaties, websites en andere vormen van communicatie;
kosten voor de inzet van vrijwilligers;
kosten voor de catering en zaalhuur in verband met de organisatie van bijeenkomsten;
reiskosten;
accountantskosten, voor zover van toepassing;
kosten onvoorzien tot een maximum van 7% van de projectkosten;
Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv, wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de volgende kosten:
kosten voor de bouw, verwerving of verbetering van onroerende goederen;
kosten voor structurele ondersteuning van activiteiten en organisaties;
**4.** Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan:
overheden;
stichtingen en verenigingen op het gebied van natuur en landschap.
**5.** Aanvraag
De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend. De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de projectactiviteiten plaatsvinden. Het programmabureau adviseert aan GS over de aansluiting van het project op het gebieds- en uitvoeringsprogramma. Voor dit onderdeel zal dat zijn op basis van een weging van het project ten opzichte van een van de volgende doelen:
N1-1-8-1 activiteiten/producten draagvlakversterking natuurbeleid;
N1-1-9-1 projecten bijdragend aan jaarplan nationaal park;
N5-1-1-1 ontwikkeling nationale landschappen;
N5-2-4-1 aantal activiteiten/producten versterken publiek draagvlak cultuurhistorie.
**6.** Europese regelgeving en POP2 2007-2013
Voor zover de activiteiten leiden tot voordeel voor een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de Verordening (EG) 1998/2006, PbEU 2006, L379/5, betreffende de-minimissteun;
Voor subsidiëring vanuit de Agenda Vitaal Platteland kan voor dit onderdeel gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Europees plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (POP2), EG-verordening nr. 1698/2005 en bijbehorende uitvoeringsverordeningen. Voor dit onderdeel zijn de maatregelen 323 “
Instandhouding en opwaardering van
het landelijk erfgoed” en 413 “Leader; De leefkwaliteit op het platteland en diversificatie van
de plattelandseconomie”
en de daarin vermelde voorwaarden voor subsidieverstrekking van toepassing. POP2-middelen worden alleen ingezet, als aan de in de maatregel opgenomen voorwaarden is voldaan.
Hoofdstuk
Artikel 2.4