**1.** Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op:
restaureren, in oude staat terugbrengen;
consolideren of de bestaande situatie veilig stellen;
renoveren en ontwikkelen of met nieuwe middelen de oude situatie beleefbaar en zichtbaar maken;
renoveren met als doel het erfgoed geschikt te maken voor toekomstige (commerciële) exploitatie;
openstellen en ontsluiten van erfgoed voor publiek;
creëren van publieksvoorzieningen;
onder de aandacht brengen bij het publiek, bijvoorbeeld via internet, via musea of via publicaties en evenementen;
exploitatie gericht op het beleefbaar maken van erfgoed met de intentie op structurele voortzetting van de activiteiten;
het beleefbaar maken van erfgoed;
onderzoek ten behoeve van bovenstaande activiteiten;
systematisch ordenen, beschrijven of registreren van gegevens en kennis.
**2.** Nadere criteria
De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij voldoen aan een of meer van de volgende criteria:
projecten dragen bij aan de versterking van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur;
projecten vallen binnen de Nieuwe Hollandse Waterlinie en die zijn opgenomen in een van de uitvoeringsprogramma’s van één van de vier enveloppencommissies;
projecten vallen binnen de Grebbelinie en passen binnen de Gebiedsvisie voor de Grebbelinie;
projecten vallen binnen het Groene Hart en passen binnen de Gebiedsvisie voor het Groene Hart;
projecten in de provincie die passen binnen de gebiedsvisies die zijn opgesteld door de overige gebiedscommissies;
In aanvulling op het gestelde onder a gelden bij exploitatiesubsidies de volgende criteria:
een maximum termijn van 2 jaar;
de subsidie draagt bij aan de exploitatie van een publieksvoorziening; en
het gaat om een nieuwe activiteit.
**3.** Hoogte van de subsidie
De hoogte van de subsidie bedraagt:
maximaal 50% van de subsidiabele kosten voor overheden en stichtingen met een publieke taak;
maximaal 50% van de subsidiabele kosten voor particulieren;
maximaal 40% van de subsidiabele kosten voor landbouwondernemingen indien het erfgoed onderdeel uitmaakt van de productieve activa van de onderneming;
maximaal € 200.000 over 3 belastingjaren voor overige ondernemingen indien de subsidie bijdraagt aan een economische activiteit van de aanvrager.
In afwijking van het gestelde onder a kan de subsidie voor stichtingen en overheden in bijzondere gevallen worden verhoogd tot maximaal 100% van de subsidiabele kosten;
bij renovaties die tot doel hebben om het erfgoed geschikt te maken voor toekomstig (commerciële) exploitaties waarbij inkomsten gegenereerd worden, wordt slechts bijgedragen aan de “onrendabele top”, waarbij wordt verstaan dat deel van de investering dat uit de exploitatie niet kan worden terugverdiend;
tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval:
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek) tot een maximum van 15% van de projectkosten;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten;
kosten voor de bouw, verwerving of verbetering van onroerende goederen;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor publicaties, websites en andere vormen van communicatie;
kosten voor koop of huurkoop van installaties, machines en materieel ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten;
kosten voor de catering en zaalhuur in verband met de organisatie van bijeenkomsten;
reiskosten;
accountantskosten, voor zover van toepassing;
exploitatiekosten, voor zover wordt voldaan aan de criteria, genoemd in het tweede lid, onder b;
kosten onvoorzien tot een maximum van 7% van de projectkosten;
naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv, wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de kosten voor structurele ondersteuning van activiteiten en organisaties.
**4.** Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan:
overheden;
landbouwondernemingen;
natuurlijke en rechtspersonen.
**5.** Aanvraag
De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend. De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de projectactiviteiten plaatsvinden. Het programmabureau adviseert aan GS over de aansluiting van het project op het gebieds- en uitvoeringsprogramma. Voor dit onderdeel zal dat zijn op basis van een weging van het project ten opzichte van een van de volgende doelen:
N1-1-9-1 projecten bijdragend aan jaarplan nationaal park;
N5-1-1-3 cultuurhistorie nationale landschappen;
N5-2-1-1 restaureren erfgoed;
N5-2-1-2 inrichten, ontsluiten en beheren van erfgoed;
N5-2-1-3 herbestemmen en ontwikkelen van erfgoed;
N5-2-3-1 behoud en herstel van aardkundige waarden;
N5-2-4-1 aantal activiteiten/producten versterken publiek draagvlak cultuurhistorie.
**6.** Europese regelgeving en POP2 2007-2013
De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij voldoen aan de volgende communautaire toetsingskaders:
indien subsidie wordt verstrekt aan landbouwondernemingen die niet valt onder onderdeel b wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de verordening (EG), nummer 1535/2007, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwproductiesector;
indien de subsidie uitsluitend wordt verstrekt aan ondernemers niet zijnde landbouwondernemingen voor de instandhouding of de renovatie van een monument dan geschiedt dit met inachtneming van de Nationale monumenten regeling (Steunmaatregel N 606/2009);
indien subsidie wordt verstekt aan ondernemers niet zijnde landbouwondernemingen voor andere dan onder d bedoelde activiteiten, geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EG), nummer 1998/2006, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;
Voor subsidiëring vanuit de Agenda Vitaal Platteland zal voor dit onderdeel gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Europees plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (POP2), EG-verordening nr. 1698/2005 en bijbehorende uitvoeringsverordeningen. Voor dit onderdeel zijn de maatregelen 323
Instandhouding en opwaardering
van het landelijk erfgoed, 412 “Leader; Verbetering van het milieu en het platteland” en
413 “Leader; De leefkwaliteit op het platteland en diversificatie van de plattelandseconomie
” en de daarin vermelde voorwaarden voor subsidieverstrekking van toepassing. POP2-middelen worden alleen ingezet, als aan de in de maatregel opgenomen voorwaarden is voldaan.
Hoofdstuk
Artikel 3.3