Naar hoofdinhoud
1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op: haalbaarheidsstudies en marktverkenningen ten behoeve van recreatieve routestructuren en aanvullende (kleinschalige) recreatieve voorzieningen; aanleg van nieuwe routes door middel van infrastructurele werken; reconstructie van bestaande routes (infrastructuur); aanleg van (kleinschalige) recreatieve voorzieningen die deel uitmaken van of verbonden zijn met routestructuren, zoals routepunten, picknickvoorzieningen, parkeervoorziening; ontwikkelen, plaatsen en verspreiden van respectievelijk, route-informatie (zoals fysieke bewegwijzering, routepanelen, digitale informatievoorziening, routebrochures); voorbereiden en uitvoeren van promotionele en communicatieve activiteiten ten behoeve van bekendheid van provinciale en bovenregionale recreatieve routestructuren. 2. Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij voldoen aan de volgende voorwaarden: De activiteiten hebben betrekking op de volgende routevormen in het landelijk gebied of op de grens tussen stad en land: wandelen (in brede zin); fietsen (in brede zin); mountainbiken; skeeleren/skaten; ruitersport; kanoën; varen/watersport; het project levert een bijdrage aan de recreatieve mogelijkheden van de provincie Utrecht (zoals ontbrekende schakels in routenetwerk, opheffen van tekorten in routevormen, regionale spreiding); de routevormen dragen bij of zijn onderdeel van een regionaal / bovenlokaal routenetwerk; en het beheer en onderhoud van deze voorziening is voor minimaal 10 jaar geregeld; De subsidiabele activiteiten, genoemd onder a, dragen zoveel mogelijk bij aan onderstaande criteria: de bijdrage van het project aan de gestelde doelen in het Programma Vrije Tijd 2009-2012; de wijze waarop en de mate waarin de projecten aansluiten op bestaande netwerken en bij voorkeur knooppunten, recreatieterreinen en horecagelegenheden; de mate waarin het oplossen van dit knelpunt bijdraagt aan het vervolmaken van dit regionale netwerk; de mate waarin meerdere groepen samenwerken om deze recreatieve routenetwerken te realiseren. 3. Weigeringsgrond In aanvulling op artikel 10 van de Asv wordt subsidie geweigerd indien: subsidie al in die mate is of zal worden verleend voor gelijksoortige projecten dat er voor de provincie geen verder nut aan verbonden is; zij is aangevraagd door een organisatie uitsluitend in het belang van de bij die organisatie aangesloten leden. 4. Hoogte subsidie De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten. In afwijking van het gestelde onder a kan de subsidie voor stichtingen en overheden in bijzondere gevallen worden verhoogd tot maximaal 75% van de subsidiabele kosten; Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval: loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek) tot een maximum van 15% van de projectkosten; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten; kosten voor de bouw, verwerving of verbetering van onroerende goederen; kosten voor koop of huurkoop van installaties, machines en materieel ten behoeve van de subsidiabele activiteiten; kosten voor de catering en zaalhuur in verband met de organisatie van bijeenkomsten; reiskosten; accountantskosten, voor zover van toepassing; kosten onvoorzien tot een maximum van 7% van de projectkosten. Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de volgende kosten: vervangingsinvesteringen; kosten voor structurele ondersteuning van activiteiten en organisaties; 5. Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan: gemeenten; recreatieschappen; waterschappen; natuurlijke en rechtspersonen. 6. Aanvraag De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend. De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de projectactiviteiten plaatsvinden. Het programmabureau adviseert aan GS over de aansluiting van het project op het gebieds- en uitvoeringsprogramma. Voor dit onderdeel zal dat zijn op basis van een weging van het project ten opzichte van een van de volgende doelen: N1-1-9-1 projecten bijdragend aan jaarplan nationaal park; N3-1-3-1 synergieprojecten water; N5-1-1-1 ontwikkeling nationale landschappen; N5-2-1-2 inrichten, ontsluiten en beheren van erfgoed; N6-3-6-1 verbetering routenetwerk wandelen provinciale routenetwerken; N6-3-6-2 verbetering routenetwerk fietsen provinciale routenetwerken; N6-3-6-3 verbetering routenetwerk paarden provinciale routenetwerken; N6-3-6-4 verbetering routenetwerk kano's provinciale routenetwerken; N6-3-6-5 verbetering routenetwerk anders provinciale routenetwerken; N6-3-7-1 stuks aanleg / reconstructie bezoekerscentra N6-3-7-2 aanleg / reconstructie routepunten; N7-1-4-1 km aanleg recreatieve fiets routenetwerken (Reconstructiegebied Gelderse Vallei); N7-1-4-2 km aanleg recreatieve wandel routenetwerken (Reconstructiegebied Gelderse Vallei); In aanvulling op artikel 7 van de Asv is de aanvraag voorzien van een beheer- en onderhoudsplan. 7. Europese regelgeving en POP2 2007-2013 Voor zover de activiteiten leiden tot voordeel voor een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de Verordening (EG) 1998/2006, PbEU 2006, L379/5, betreffende de-minimissteun; Voor subsidiëring vanuit de Agenda Vitaal Platteland kan voor dit onderdeel gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Europees plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (POP2), EG-verordening nr. 1698/2005 en bijbehorende uitvoeringsverordeningen. Voor dit onderdeel zijn de maatregelen 313 “Bevordering van toeristische activiteiten" en 413 "Leader; De leefkwaliteit op het platteland en diversificatie van de plattelandseconomie" en de daarin vermelde voorwaarden voor subsidieverstrekking van toepassing. POP2-middelen worden alleen ingezet, als aan de in de maatregel opgenomen voorwaarden is voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel