De kleine commissie bestaat uit ten minste twee leden, waaronder
een van de gedelegeerden en een burgerlid.
Indien er alleen zaken worden besproken ten aanzien van
welstand, dan bestaat de kleine commissie uit de
welstandsgedelegeerde en het burgerlid welstand. De
welstandsgemandateerde zit het overleg voor.
Indien er alleen zaken worden besproken ten aanzien van erfgoed,
dan bestaat de kleine commissie uit de erfgoedgedelegeerde en
ten minste een burgerlid erfgoed. De erfgoedgedelegeerde zit het
overleg voor.
Indien er zowel zaken ten aanzien van welstand als ten aanzien
van erfgoed worden besproken, bestaat de commissie ten minste
uit de welstandsgedelegeerde, de monumentgelegeerde, het
burgerlid welstand en ten minste een burgerlid erfgoed. In
overleg wordt bepaald welke van de twee gedelegeerden het
overleg voorzit.
Bij de kleine commissie is altijd een medewerker van de afdeling
Bouwen, Milieu en Handhaving in de hoedanigheid van
plantoelichter aanwezig om zo nodig de commissie nadere
informatie te verschaffen over de aanvraag en/of de feitelijke
omstandigheden. De plantoelichter heeft een ondersteunende rol
en is geen lid van de commissie.
Ten behoeve van de advisering van monumenten, voorbereiding en
of toetsing van integrale bouwplannen, in voorbereiding zijnde
bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen en andere
relevante beleidsstukken kan de kleine commissie incidenteel
worden uitgebreid met deskundigen die kennis hebben op
stedenbouwkundig, cultuurhistorisch, archeologisch of
landschaparchitectonisch gebied.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 3.1.2
Samenstelling kleine commissie
Onderdeel van Verordening op de gecombineerde commissie Welstand en Erfgoed 2011