**a..** Benoemingen gelden voor een periode van drie jaar met een
mogelijkheid tot herbenoeming voor een periode van nog eens drie
jaar. Omwille van de continuïteit van de welstandsadvisering worden
de leden van de commissie bij voorkeur benoemd en herbenoemd in een
alternerend systeem.
**b..** Door de uitvoeringsorganisatie wordt een rooster van aftreden
bijgehouden. De uitvoeringsorganisatie doet drie maanden voor het
verstrijken van een benoemingstermijn een voorstel tot herbenoeming
aan de verantwoordelijke wethouder toekomen. De wethouder stelt het
voorgedragen commissielid ter benoeming voor aan het college van
burgemeester en wethouders.
**c..** De voorzitter en leden van de commissie kunnen te allen tijde
kenbaar maken hun benoeming te willen beëindigen. Zij geven hiervan
schriftelijk drie maanden tevoren kennis aan het college van
burgemeester en wethouders en aan de uitvoeringsorganisatie.
**d..** Burgemeester en wethouders kunnen in voorkomende gevallen, na
overleg met de uitvoeringsorganisatie de benoeming van de
voorzitter, een lid of van alle leden van de commissie voortijdig
beëindigen.
**e..** De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie
blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is
voorzien.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 3.4.1
Zittingsduur deskundige leden
Onderdeel van Verordening op de gecombineerde commissie Welstand en Erfgoed 2011