Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 3.5.2

Functie-eisen voor de voorzitter

Onderdeel van Verordening op de gecombineerde commissie Welstand en Erfgoed 2011

a.. De voorzitter heeft aantoonbare belangstelling voor en/of betrokkenheid bij de ruimtelijk/architectonische kwaliteit. b.. De voorzitter beschikt over inhoudelijk inzicht in het werkterrein van de commissie en bestuurlijke ervaring. c.. De voorzitter is in staat om een openbare vergadering strak te leiden. d.. De voorzitter is in staat ruimte te scheppen voor inbreng van alle leden. e.. De voorzitter is in staat te zorgen voor consistentie en continuïteit in de beoordeling en de adviesgang. f.. De voorzitter kan beraadslagingen kernachtig en begrijpelijk samenvatten. g.. De voorzitter beschikt in ruime mate over communicatieve vaardigheid. h.. De voorzitter heeft gevoel voor verhoudingen tussen deskundige en niet-deskundige leden. Hij/zij dient ruimte te scheppen voor een zinvolle inbreng door niet-deskundige leden en verbinding aan te brengen waar dit nodig of gewenst is. i.. De voorzitter stelt zich beschikbaar voor tussentijds en informeel overleg met het ambtelijk apparaat en het gemeentebestuur, en treedt als zodanig namens de commissie naar buiten.

Rechtspraak bij dit artikel