Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 4.10

Afdoening bij mandaat

Onderdeel van Verordening op de gecombineerde commissie Welstand en Erfgoed 2011

De commissie kan één of meer van haar leden mandateren om bepaalde taken uit te voeren. De gemandateerde voert de taak uit onder verantwoordelijkheid en namens de commissie, wat moet blijken uit bijvoorbeeld de ondertekening. Eén van de taken die door de commissie aan één of meer van haar leden kunnen worden gemandateerd is het uitbrengen van het welstandsadvies en/of erfgoedadvies over aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of veranderen van een monument voor bouwplannen van relatief geringe ruimtelijke betekenis of van bouwplannen waar de mening van de commissie als bekend mag worden verondersteld. De gemandateerde heeft hierbij een volledig mandaat, dat wil zeggen dat zowel positieve als negatieve adviezen kunnen worden gegeven. Eén van de taken die door de commissie aan één of meer van haar leden kunnen worden gemandateerd is het voeren van vooroverleg met de planindieners en/of ontwerpers. Dit kan zelfstandig gebeuren dan wel door deelname in een ‘kwaliteitsteam’. Bij het gemandateerd vooroverleg in het verband van een ‘kwaliteitsteam’ dient de gemandateerde zorg te dragen voor een regelmatige terugkoppeling en verantwoording van het advieswerk richting de (plenaire) commissie. Daarbij doet de gemandateerde verslag van wat er tijdens het vooroverleg (namens de commissie) is besproken en besloten. Het gemandateerd vooroverleg kan worden gecombineerd met het mandaat voor het uitbrengen van het welstandsadvies over aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen. Bij enige vorm van twijfel legt de gemandateerde het betreffende bouwplan voor aan de (plenaire) commissie. Voor behandeling van bouwplannen onder mandaat gelden verder dezelfde reglementen als voor behandeling van bouwplannen door de (plenaire) commissie. Voordat een gemandateerd lid een advies uitbrengt over een plan met betrekking tot een monument of een beschermd dorpsgezicht, hoort hij/zij de burgerleden die de verenigingen vertegenwoordigen. Het horen van de burgerleden die een vereniging vertegenwoordigen vindt in beginsel plaats tijdens de vergadering van de kleine commissie. Het is ook toegestaan dat het gemandateerd lid via elektronische weg een inbreng heeft. Het gemandateerd lid neemt de inbreng van de burgerleden die de verenigingen vertegenwoordigen in overweging bij het advies.

Rechtspraak bij dit artikel