Het gemeentebestuur biedt de mogelijkheid om, voorafgaand aan
het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor
het bouwen, door middel van het indienen van een aanvraag voor
een preadvies vooroverleg te plegen met de commissie dan wel een
namens haar gemandateerd lid Welstand, over de interpretatie van
de welstandscriteria in het concrete geval van het bouwplan.
Indien het plan een beschermd monument betreft of een beschermd
dorpsgezicht betreft, dan worden ook de regels van het
erfgoedbeleid en het gemandateerd lid Erfgoed betrokken bij het
overleg.
Dit vooroverleg kan in principe pas starten nadat duidelijkheid
bestaat over de planologische aanvaardbaarheid van het plan.
Daarbij kan het gemeentebestuur de planologische
aanvaardbaarheid mede laten afhangen van het preadvies van de
commissie.
De commissie dan wel de namens haar gemandateerde leden dragen
uiterste zorg voor consistente beoordelingen in de verschillende
planfasen.
Het vooroverleg is niet openbaar, tenzij de planindiener,
burgemeester en wethouders en de commissie geen bezwaar hebben
tegen een openbaar vooroverleg.
Van het vooroverleg wordt verslag gemaakt, dat met de besproken
bescheiden wordt opgenomen in het dossier.
De commissie dan wel de namens haar gemandateerde leden geven
aan in welke fase het plan werd beoordeeld en op basis van welke
criteria de aanvraag voor een omgevingsvergunning uiteindelijk
zal worden beoordeeld, door de (plenaire) commissie dan wel door
een namens haar gemandateerd lid.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 4.6
Vooroverleg / Bouwplanoverleg
Onderdeel van Verordening op de gecombineerde commissie Welstand en Erfgoed 2011