Het college kan op aanvraag een inburgeringsplichtige, op grond van
artikel 6 en artikel 31, tweede lid onder c, van de wet in de volgende
gevallen ontheffing verlenen van de vastgestelde
inburgeringsplicht:
vanwege medische gronden: op basis van aantoonbare psychische of
lichamelijke belemmeringen of een verstandelijke handicap.
Ontheffing op medische gronden ontslaat de inburgeringsplichtige
van (verdere) deelname aan een verplichte
inburgeringsvoorziening en het inburgeringsexamen of een daarmee
gelijkgesteld examen;
vanwege onvermogen: op basis van een tekort aan leervaardigheden
of leervermogen.
Ontheffing vanwege onvermogen wordt eerst verleend na
aantoonbaar geleverde inspanningen om aan de inburgeringsplicht
te voldoen en niet eerder dan zes maanden voor het verstrijken
van de voor de inburgeringsplichtige geldende
inburgeringstermijn.
Het college kan ook eerder op een aanvraag ontheffing verlenen,
indien gelet op de door de inburgeringsplichtige aantoonbaar
geleverde inspanningen om te voldoen aan de inburgeringsplicht,
het vasthouden aan zes maanden termijn onbillijk zou zijn.
Het college kan op aanvraag ontheffing verlenen aan
inburgeringsplichtigen die naar hun oordeel al voldoende zijn
ingeburgerd, bedoeld in artikel 5 van de wet.
Hoofdstuk 3
Artikel 11
Ontheffing van de inburgeringsplicht
Onderdeel van Verordening Wet Inburgering Schiermonnikoog 2010 e.v.