Een instelling heeft, behoudens het gestelde in artikel 3, recht op een gemeentelijke subsidie, wanneer de activiteiten het algemeen belang dienen. Hieronder wordt verstaan, dat een redelijk groot aantal inwoners van de activiteiten profiteert. Verder wordt het algemeen belang gediend, wanneer er sprake is van een welkome aanvulling op het pakket recreatievoorzieningen.
De subsidie moet nodig zijn om de begroting van de instelling sluitend te maken, waarbij de leden van de instelling of degenen, die aan de te organiseren activiteiten deelnemen, een redelijke bijdrage of contributie moeten leveren. De hoogte van deze bijdrage of contributie hangt af van de aard van de activiteit en wordt van geval tot geval door het college beoordeeld. Het college is bevoegd dit criterium nader te interpreteren.